Skip to main content

Vijftien jaar geleden was de belangrijkste vraag bij een warmtepomp eigenlijk vrij simpel: doet hij het ook als het buiten écht koud wordt?

Inmiddels weten we dat antwoord.

Ja, een warmtepomp kan een woning prima verwarmen, warm tapwater maken én in de zomer voor koeling zorgen. Het vertrouwen in de techniek is gegroeid en de warmtepomp heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig alternatief voor de cv-ketel.

Maar daarmee zijn we er niet.

Sterker nog: de eisen die we vandaag aan een warmtepomp stellen, gaan veel verder dan alleen verwarmen.

In deze podcast ga ik in gesprek met Rudy Gevers van Alklima over de ontwikkelingen in de warmtepomptechniek. Van BENG en MPG tot natuurlijke koudemiddelen, bewonersgedrag, seriematige woningbouw en netcongestie.

Van ‘als hij maar werkt’ naar veel meer eisen

Toen warmtepompen zo’n tien tot vijftien jaar geleden op grotere schaal hun intrede deden in de woningbouw, moest de techniek zich nog bewijzen.

  • Werkt hij bij -10 °C?
  • Kan hij voldoende warm tapwater maken?
  • Blijft de woning comfortabel?
  • Kunnen we er ook mee koelen?

Die fase zijn we inmiddels grotendeels voorbij.

Tegenwoordig kijken we naar een veel breder plaatje. Een warmtepomp moet niet alleen goed functioneren, maar ook bijdragen aan de energieprestatie van een gebouw, een zo laag mogelijke milieu-impact hebben, voldoen aan geluidseisen, slim aangestuurd kunnen worden én passen binnen de beschikbare capaciteit van ons elektriciteitsnet.

Kort gezegd: de warmtepomp is onderdeel geworden van het totale energiesysteem van een gebouw.

BENG én MPG: energieverbruik is maar één kant van het verhaal

Bij nieuwbouw spelen onder andere BENG en MPG een belangrijke rol.

Bij BENG kijken we naar de energieprestatie van een gebouw. Goede isolatie, zonnepanelen, warmteterugwinning en een efficiënte warmtepomp dragen eraan bij dat een gebouw zo weinig mogelijk energie nodig heeft.

Maar alleen naar energieverbruik kijken is niet meer voldoende.

Met de MPG kijken we ook naar de milieubelasting van de materialen die worden gebruikt. Waar komen grondstoffen vandaan? Hoeveel energie kost de productie? Hoe lang gaat een product mee? En wat gebeurt ermee aan het einde van zijn levensduur?

Daarmee ontstaat een interessante ontwikkeling.

Een installatie kan tijdens het gebruik heel energiezuinig zijn, maar we moeten óók kijken naar de impact die nodig was om die installatie überhaupt te produceren.

Juist de balans tussen die verschillende prestaties wordt steeds belangrijker.

De grootste variabele? De bewoner

Je kunt een woning doorrekenen. Je kunt een warmtepomp selecteren. Je kunt het benodigde vermogen bepalen en berekenen hoeveel warm tapwater beschikbaar moet zijn.

En dan komt de praktijk.

Want één van de belangrijkste variabelen laat zich lastig in een berekening stoppen: de bewoner.

De één staat drie minuten onder de douche, de ander twintig minuten. De één vindt 19 graden comfortabel, de ander zet de thermostaat standaard op 22 graden.

Dat heeft enorme invloed op het uiteindelijke energieverbruik.

Zeker in bestaande woningen vind ik daarom dat je niet alleen naar vierkante meters en transmissieberekeningen moet kijken. Een adviseur of installateur moet óók vragen hoe een woning daadwerkelijk gebruikt wordt.

  • Hoeveel mensen wonen er?
  • Hoe wordt er gedoucht?
  • Welke temperatuur vinden bewoners comfortabel?
  • Hoe wordt de woning gedurende de dag gebruikt?

Een technisch goede installatie begint met begrijpen voor wie je hem ontwerpt.

Seriematige woningbouw vraagt om standaardisatie

Bij seriematige woningbouw werkt dat anders.

Daar kun je niet voor iedere toekomstige bewoner een volledig individuele installatie ontwerpen. Daarom worden concepten ontwikkeld waarin bouwkundige aannemer, installateur, adviseur en fabrikant gezamenlijk afspraken maken.

  • Waar komt de buitenunit?
  • Hoe lopen de leidingen?
  • Welke boiler wordt standaard toegepast?
  • Welke opties krijgt een koper?
  • Hoe voldoen we aan de geluidseisen?
  • En hoe scoren we binnen BENG en MPG?

Het grote voordeel is dat je niet voor ieder nieuw project opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.

Een goed ontwikkeld concept kan steeds opnieuw worden toegepast en verbeterd. Dat levert niet alleen snelheid en lagere kosten op, maar ook een veel constantere kwaliteit.

En die ontwikkeling is hard gegaan. In relatief korte tijd is de woningbouw overgeschakeld van bouwen met een traditionele cv-installatie naar grootschalig gasloos bouwen.

2027: een volgende verandering voor koudemiddelen

Een andere grote ontwikkeling is de overstap naar natuurlijke koudemiddelen.

Door de herziene Europese F-gassenverordening veranderen de eisen aan koudemiddelen. Voor een deel van de lucht-waterwarmtepompen betekent dit vanaf 2027 een belangrijke omslag.

Propaan, oftewel R290, speelt daarin een grote rol.

Technisch biedt dat veel mogelijkheden, maar propaan is een brandbaar koudemiddel. Dat betekent dat er rondom een installatie rekening moet worden gehouden met veiligheidszones, ontstekingsbronnen en de manier waarop de installatie wordt opgebouwd.

Dat klinkt misschien spannend, maar juist hier is kennis essentieel.

Wanneer vooraf duidelijk is welke veiligheidsafstanden gelden en waar je bij ontwerp, installatie en onderhoud rekening mee moet houden, blijkt er veel mogelijk.

Ook op daken, bij bergingen en binnen seriematige woningbouwconcepten.

Nieuwe techniek vraagt om nieuwe kennis

De overstap naar natuurlijke koudemiddelen gaat daarom niet alleen over een ander type warmtepomp.

Ook installateurs en monteurs moeten mee.

Waar mag een automatische ontluchter worden geplaatst? Hoe ga je om met overdrukbeveiliging? Welke eisen gelden bij een hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit? Waar mag wel of geen ontstekingsbron aanwezig zijn?

Dat zijn geen details die je pas tijdens de montage wilt ontdekken.

Fabrikanten, leveranciers, adviseurs én installateurs hebben hierin allemaal een verantwoordelijkheid. Goede documentatie, trainingen en kennisoverdracht worden daarmee minstens zo belangrijk als het product zelf.

En precies daarom vind ik kennisoverdracht binnen onze sector zo belangrijk.

En dan hebben we nog netcongestie

We kunnen technisch steeds meer elektrificeren, maar ondertussen lopen we tegen een andere uitdaging aan: ons elektriciteitsnet.

Daarbij moeten we niet alleen kijken naar hoeveel elektriciteit we gedurende een heel jaar gebruiken. Vooral wanneer we die elektriciteit gebruiken wordt belangrijk.

Moet een elektrische auto bijvoorbeeld direct om 17.00 uur beginnen met laden, precies wanneer we gaan koken en veel andere huishoudens elektriciteit vragen?

Of kan dat ook midden in de nacht?

En moet een warmtepomp precies tijdens de avondpiek zijn boiler opwarmen? Of kun je dat moment slim verschuiven?

Met slimme regelingen, dynamische tarieven, load balancing en het verschuiven van verbruik kunnen we pieken verminderen zonder dat het comfort daar direct onder hoeft te lijden.

De warmtepomp wordt daarmee steeds meer een regelbaar onderdeel van een slim energiesysteem.

De warmtepomp van vandaag vraagt om het totaalplaatje

De techniek heeft in vijftien jaar enorme stappen gemaakt.

De vraag is niet meer alleen:

“Kan deze warmtepomp mijn gebouw verwarmen?”

We moeten ook vragen:

  • Past hij bij het gebruik van het gebouw?
  • Wat betekent hij voor BENG en MPG?
  • Welk koudemiddel wordt gebruikt?
  • Hoe zit het met veiligheid en geluid?
  • Hoe wordt de installatie geregeld?
  • En hoe voorkomen we onnodige belasting van het elektriciteitsnet?

Een goede warmtepomp selecteren is daarom één ding.

Een goede warmtepompinstallatie ontwerpen vraagt om kennis van het hele systeem.

In de podcast ga ik hierover uitgebreid in gesprek met Rudy Gevers. We bespreken de ontwikkeling van de afgelopen jaren, de veranderingen die eraan komen en vooral wat die in de praktijk betekenen voor ontwerpers, installateurs, adviseurs én gebruikers.

🎧 Bekijk of beluister de volledige podcast en praat met ons mee over de volgende stap in warmtepomptechniek. Via YouTube of via Spotify.