Skip to main content
All Posts By

Lidia

Van BENG en MPG tot R290, bewonersgedrag en netcongestie. Wim Meijer en Rudy Gevers bespreken de nieuwe eisen aan warmtepompen.

2026 Podcast 8 Warmtepompen: van ‘als hij maar verwarmt’ naar een compleet energiesysteem

By Algemeen

Vijftien jaar geleden was de belangrijkste vraag bij een warmtepomp eigenlijk vrij simpel: doet hij het ook als het buiten écht koud wordt?

Inmiddels weten we dat antwoord.

Ja, een warmtepomp kan een woning prima verwarmen, warm tapwater maken én in de zomer voor koeling zorgen. Het vertrouwen in de techniek is gegroeid en de warmtepomp heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig alternatief voor de cv-ketel.

Maar daarmee zijn we er niet.

Sterker nog: de eisen die we vandaag aan een warmtepomp stellen, gaan veel verder dan alleen verwarmen.

In deze podcast ga ik in gesprek met Rudy Gevers van Alklima over de ontwikkelingen in de warmtepomptechniek. Van BENG en MPG tot natuurlijke koudemiddelen, bewonersgedrag, seriematige woningbouw en netcongestie.

Van ‘als hij maar werkt’ naar veel meer eisen

Toen warmtepompen zo’n tien tot vijftien jaar geleden op grotere schaal hun intrede deden in de woningbouw, moest de techniek zich nog bewijzen.

  • Werkt hij bij -10 °C?
  • Kan hij voldoende warm tapwater maken?
  • Blijft de woning comfortabel?
  • Kunnen we er ook mee koelen?

Die fase zijn we inmiddels grotendeels voorbij.

Tegenwoordig kijken we naar een veel breder plaatje. Een warmtepomp moet niet alleen goed functioneren, maar ook bijdragen aan de energieprestatie van een gebouw, een zo laag mogelijke milieu-impact hebben, voldoen aan geluidseisen, slim aangestuurd kunnen worden én passen binnen de beschikbare capaciteit van ons elektriciteitsnet.

Kort gezegd: de warmtepomp is onderdeel geworden van het totale energiesysteem van een gebouw.

BENG én MPG: energieverbruik is maar één kant van het verhaal

Bij nieuwbouw spelen onder andere BENG en MPG een belangrijke rol.

Bij BENG kijken we naar de energieprestatie van een gebouw. Goede isolatie, zonnepanelen, warmteterugwinning en een efficiënte warmtepomp dragen eraan bij dat een gebouw zo weinig mogelijk energie nodig heeft.

Maar alleen naar energieverbruik kijken is niet meer voldoende.

Met de MPG kijken we ook naar de milieubelasting van de materialen die worden gebruikt. Waar komen grondstoffen vandaan? Hoeveel energie kost de productie? Hoe lang gaat een product mee? En wat gebeurt ermee aan het einde van zijn levensduur?

Daarmee ontstaat een interessante ontwikkeling.

Een installatie kan tijdens het gebruik heel energiezuinig zijn, maar we moeten óók kijken naar de impact die nodig was om die installatie überhaupt te produceren.

Juist de balans tussen die verschillende prestaties wordt steeds belangrijker.

De grootste variabele? De bewoner

Je kunt een woning doorrekenen. Je kunt een warmtepomp selecteren. Je kunt het benodigde vermogen bepalen en berekenen hoeveel warm tapwater beschikbaar moet zijn.

En dan komt de praktijk.

Want één van de belangrijkste variabelen laat zich lastig in een berekening stoppen: de bewoner.

De één staat drie minuten onder de douche, de ander twintig minuten. De één vindt 19 graden comfortabel, de ander zet de thermostaat standaard op 22 graden.

Dat heeft enorme invloed op het uiteindelijke energieverbruik.

Zeker in bestaande woningen vind ik daarom dat je niet alleen naar vierkante meters en transmissieberekeningen moet kijken. Een adviseur of installateur moet óók vragen hoe een woning daadwerkelijk gebruikt wordt.

  • Hoeveel mensen wonen er?
  • Hoe wordt er gedoucht?
  • Welke temperatuur vinden bewoners comfortabel?
  • Hoe wordt de woning gedurende de dag gebruikt?

Een technisch goede installatie begint met begrijpen voor wie je hem ontwerpt.

Seriematige woningbouw vraagt om standaardisatie

Bij seriematige woningbouw werkt dat anders.

Daar kun je niet voor iedere toekomstige bewoner een volledig individuele installatie ontwerpen. Daarom worden concepten ontwikkeld waarin bouwkundige aannemer, installateur, adviseur en fabrikant gezamenlijk afspraken maken.

  • Waar komt de buitenunit?
  • Hoe lopen de leidingen?
  • Welke boiler wordt standaard toegepast?
  • Welke opties krijgt een koper?
  • Hoe voldoen we aan de geluidseisen?
  • En hoe scoren we binnen BENG en MPG?

Het grote voordeel is dat je niet voor ieder nieuw project opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.

Een goed ontwikkeld concept kan steeds opnieuw worden toegepast en verbeterd. Dat levert niet alleen snelheid en lagere kosten op, maar ook een veel constantere kwaliteit.

En die ontwikkeling is hard gegaan. In relatief korte tijd is de woningbouw overgeschakeld van bouwen met een traditionele cv-installatie naar grootschalig gasloos bouwen.

2027: een volgende verandering voor koudemiddelen

Een andere grote ontwikkeling is de overstap naar natuurlijke koudemiddelen.

Door de herziene Europese F-gassenverordening veranderen de eisen aan koudemiddelen. Voor een deel van de lucht-waterwarmtepompen betekent dit vanaf 2027 een belangrijke omslag.

Propaan, oftewel R290, speelt daarin een grote rol.

Technisch biedt dat veel mogelijkheden, maar propaan is een brandbaar koudemiddel. Dat betekent dat er rondom een installatie rekening moet worden gehouden met veiligheidszones, ontstekingsbronnen en de manier waarop de installatie wordt opgebouwd.

Dat klinkt misschien spannend, maar juist hier is kennis essentieel.

Wanneer vooraf duidelijk is welke veiligheidsafstanden gelden en waar je bij ontwerp, installatie en onderhoud rekening mee moet houden, blijkt er veel mogelijk.

Ook op daken, bij bergingen en binnen seriematige woningbouwconcepten.

Nieuwe techniek vraagt om nieuwe kennis

De overstap naar natuurlijke koudemiddelen gaat daarom niet alleen over een ander type warmtepomp.

Ook installateurs en monteurs moeten mee.

Waar mag een automatische ontluchter worden geplaatst? Hoe ga je om met overdrukbeveiliging? Welke eisen gelden bij een hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit? Waar mag wel of geen ontstekingsbron aanwezig zijn?

Dat zijn geen details die je pas tijdens de montage wilt ontdekken.

Fabrikanten, leveranciers, adviseurs én installateurs hebben hierin allemaal een verantwoordelijkheid. Goede documentatie, trainingen en kennisoverdracht worden daarmee minstens zo belangrijk als het product zelf.

En precies daarom vind ik kennisoverdracht binnen onze sector zo belangrijk.

En dan hebben we nog netcongestie

We kunnen technisch steeds meer elektrificeren, maar ondertussen lopen we tegen een andere uitdaging aan: ons elektriciteitsnet.

Daarbij moeten we niet alleen kijken naar hoeveel elektriciteit we gedurende een heel jaar gebruiken. Vooral wanneer we die elektriciteit gebruiken wordt belangrijk.

Moet een elektrische auto bijvoorbeeld direct om 17.00 uur beginnen met laden, precies wanneer we gaan koken en veel andere huishoudens elektriciteit vragen?

Of kan dat ook midden in de nacht?

En moet een warmtepomp precies tijdens de avondpiek zijn boiler opwarmen? Of kun je dat moment slim verschuiven?

Met slimme regelingen, dynamische tarieven, load balancing en het verschuiven van verbruik kunnen we pieken verminderen zonder dat het comfort daar direct onder hoeft te lijden.

De warmtepomp wordt daarmee steeds meer een regelbaar onderdeel van een slim energiesysteem.

De warmtepomp van vandaag vraagt om het totaalplaatje

De techniek heeft in vijftien jaar enorme stappen gemaakt.

De vraag is niet meer alleen:

“Kan deze warmtepomp mijn gebouw verwarmen?”

We moeten ook vragen:

  • Past hij bij het gebruik van het gebouw?
  • Wat betekent hij voor BENG en MPG?
  • Welk koudemiddel wordt gebruikt?
  • Hoe zit het met veiligheid en geluid?
  • Hoe wordt de installatie geregeld?
  • En hoe voorkomen we onnodige belasting van het elektriciteitsnet?

Een goede warmtepomp selecteren is daarom één ding.

Een goede warmtepompinstallatie ontwerpen vraagt om kennis van het hele systeem.

In de podcast ga ik hierover uitgebreid in gesprek met Rudy Gevers. We bespreken de ontwikkeling van de afgelopen jaren, de veranderingen die eraan komen en vooral wat die in de praktijk betekenen voor ontwerpers, installateurs, adviseurs én gebruikers.

🎧 Bekijk of beluister de volledige podcast en praat met ons mee over de volgende stap in warmtepomptechniek. Via YouTube of via Spotify.

Wat verandert er rondom energielabels? Lees wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

2026 Podcast 7 Energielabels veranderen: wat betekent dit voor jouw woning of bedrijfspand?

By Algemeen

Een energielabel is allang niet meer het papiertje dat je voor een paar euro via internet kon regelen. Tegenwoordig wordt een woning of gebouw ter plaatse opgenomen, moeten gegevens worden onderbouwd en kan het complete dossier worden gecontroleerd.

Met de invoering van de eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV krijgt het energielabel bovendien een steeds belangrijkere rol. Niet alleen het energiegebruik telt mee. Ook CO₂-uitstoot, hernieuwbare energie en de route naar emissieloze gebouwen krijgen meer aandacht.

Maar wat verandert er precies? En wat betekent dit voor eigenaren van woningen en bedrijfspanden?

In mijn podcast ga ik hierover in gesprek met Marinus de Vries van Energieadvies Flevoland. Marinus werkt al bijna elf jaar met energielabels, energieadvies en audits. Samen bespreken we de ontwikkeling van het energielabel, de nieuwe regelgeving en de uitdagingen die nog voor ons liggen.

Van eenvoudig digitaal label naar uitgebreide gebouwopname

Voor 2021 konden woningeigenaren relatief eenvoudig een digitaal energielabel aanvragen. Op basis van een beperkt aantal gegevens en aangeleverde bewijsstukken werd een label vastgesteld. Goedkoop en snel, maar de kwaliteit en betrouwbaarheid lieten regelmatig te wensen over.

Sinds 2021 werkt Nederland met de NTA 8800. Deze methodiek geldt voor woningen én utiliteitsgebouwen. Een energieadviseur neemt het gebouw op locatie op, meet relevante onderdelen in en legt de bewijslast vast met onder andere foto’s en documentatie.

Dat dossier moet vervolgens vijftien jaar worden bewaard en kan tijdens een audit worden gecontroleerd. Een energielabel is dus zeker geen ‘wassen neus’ meer. Achter de letter op het label zit een uitgebreide, gecertificeerde berekening.

Waarom vierkante meters niet altijd overeenkomen

Bij bedrijfspanden ontstaat regelmatig verwarring over het aantal vierkante meters dat op het energielabel staat. Dit oppervlak kan afwijken van het BAG-register of een NEN-meting.

Dat komt doordat bij het energielabel alleen de ruimten worden meegenomen die binnen de thermische zone en de betreffende gebruiksfunctie vallen. Een productiehal of industriefunctie valt bijvoorbeeld buiten de berekening, terwijl het bijbehorende kantoor wel kan meetellen.

Een bedrijfspand van 6.000 m² kan daardoor een energielabel hebben waarop slechts 1.000 m² kantooroppervlak vermeld staat. Ook technische ruimten, opslagruimten en onverwarmde delen kunnen buiten de berekening vallen.

Het verschil hoeft dus niet te betekenen dat het energielabel onjuist is. Wel is het belangrijk dat de adviseur de gebruiksfuncties en gebouwgrenzen correct bepaalt.

Welke gebouwen zijn labelplichtig?

Voor woningen is de labelplicht inmiddels bij de meeste mensen bekend. Bij utiliteitsgebouwen ligt het soms ingewikkelder.

Kantoren, winkels, showrooms en andere utiliteitsgebouwen moeten in veel gevallen over een geldig energielabel beschikken. Voor kantoren geldt daarnaast al enige tijd de verplichting om minimaal energielabel C te hebben.

Bij een kantoor dat onderdeel is van een groter productie- of bedrijfsgebouw, wordt gekeken naar de verhouding tussen de verschillende functies. Is het kantoor slechts een klein onderdeel van het totale pand, dan kan een uitzondering gelden. Bij een groter aandeel kantooroppervlak kan het gebouw alsnog labelplichtig zijn.

Juist bij gemengde bedrijfspanden is het daarom verstandig om dit vooraf goed te laten beoordelen. Aannemen dat een label niet nodig is, kan later bij verhuur, verkoop of controle voor vervelende verrassingen zorgen.

Ook monumenten krijgen met het energielabel te maken

Een belangrijke wijziging is dat monumentale gebouwen niet langer automatisch zijn uitgezonderd van de labelplicht.

Dat maakt de situatie interessant én ingewikkeld. Bij monumenten mogen gevels, kozijnen en beglazing vaak niet zomaar worden aangepast. Een monument kan daardoor wel een energielabel krijgen, terwijl de mogelijkheden om het label te verbeteren beperkt zijn.

Voor gebouwen of gebouwdelen die worden gebruikt voor religieuze diensten blijven uitzonderingen bestaan. Wordt een voormalig klooster of kerk echter gebruikt als congrescentrum, kantoor of logiesgebouw, dan kan dat gedeelte wel labelplichtig zijn.

Een labelplicht betekent overigens niet automatisch dat ieder monument direct naar label C moet. De gebruiksfunctie en geldende uitzonderingen blijven bepalend.

Het energielabel wordt steeds meer een nulmeting

De nieuwe Europese regelgeving stuurt nadrukkelijker op emissieloze gebouwen. Daarbij wordt niet alleen naar energiegebruik gekeken, maar ook naar CO₂, stikstof en fijnstof.

Voor een energieadviseur blijft de basis hetzelfde: het gebouw wordt opgenomen zoals het er op dat moment bij staat. Het energielabel is daarmee vooral een nulmeting. Het laat zien hoe het gebouw energetisch presteert en waar verbeteringen mogelijk zijn.

Dat betekent niet dat een adviseur ieder gebouw tijdens de opname direct emissieloos moet maken. Het label geeft inzicht. Vervolgens is het aan de eigenaar, eventueel samen met een verduurzamingsadviseur, om de juiste maatregelen en volgorde te bepalen.

Isoleren blijft de eerste logische stap

Wie het energielabel wil verbeteren, denkt misschien meteen aan een warmtepomp, zonnepanelen of batterijopslag. Toch begint een goede verduurzaming meestal nog steeds bij het beperken van de energievraag.

Dak-, gevel- en vloerisolatie en beter glas kunnen het energiegebruik verlagen en tegelijkertijd het comfort verbeteren. Daarbij is het belangrijk om realistisch te blijven. Alleen het vervangen van dubbel glas door HR++- of triple glas levert niet automatisch twee labelsprongen op.

Het effect hangt af van het hele gebouw: de isolatie, installaties, ventilatie, verwarming, koeling en eigen energieopwekking werken samen.

Een goed energielabel vraagt daarom om meer dan één losse maatregel. Het vraagt om een totaalbeeld en een plan dat past bij het gebouw en het gebruik ervan.

Zonnepanelen en batterijopslag worden belangrijker

Door de grotere aandacht voor hernieuwbare energie blijven zonnepanelen relevant. Ook batterijopslag krijgt een duidelijkere plek binnen het energielabel. Een batterij met voldoende opslagcapaciteit kan een positief effect hebben en wordt zichtbaar op het label.

Dat is een interessante ontwikkeling. Tot nu toe wordt een batterij vooral beoordeeld op het directe financiële voordeel voor de eigenaar. Wanneer opslag ook invloed heeft op de energieprestatie van het gebouw, kan de investering eveneens interessant worden voor de vastgoedwaarde.

Toch blijft het belangrijk om eerst naar het totale energiesysteem te kijken. Een batterij plaatsen zonder inzicht in verbruik, opwekking en piekbelasting is zelden de beste eerste stap.

De verantwoordelijkheid van de energieadviseur wordt groter

Een energieadviseur kan in de software voor bepaalde gebouwonderdelen een standaardwaarde of ‘onbekend’ invoeren. Dat betekent echter niet dat alles zonder verder onderzoek als onbekend mag worden aangemerkt.

Wanneer isolatie, beglazing of een installatie redelijkerwijs gecontroleerd kan worden, moet de adviseur dat ook doen. Soms betekent dit een vloerluik openen, in de spouw kijken of aanvullende documentatie opvragen.

Tegelijkertijd worden de eisen voor adviseurs strenger. De toegestane afwijkingen worden kleiner en bij kritieke fouten kunnen zogenoemde gele vlaggen worden geregistreerd. Bij herhaling kan dit zelfs gevolgen hebben voor de bevoegdheid van de adviseur.

Kwaliteit is belangrijk, maar de regels moeten wel uitvoerbaar blijven. Zeker in een markt waarin gekwalificeerde energieadviseurs hard nodig zijn.

Het label alleen vertelt niet het hele verhaal

Een energielabel wordt berekend op basis van een gestandaardiseerd gebruik. Het daadwerkelijke energieverbruik van de huidige bewoner of gebruiker wordt niet één op één meegenomen.

Dat is logisch. De ene bewoner verwarmt iedere ruimte, terwijl een ander een deel van het jaar in het buitenland verblijft. Het gebouw blijft hetzelfde, maar het energiegebruik verschilt enorm.

Wie wil weten welke verduurzamingsmaatregelen passen bij het werkelijke gebruik, heeft daarom meer nodig dan alleen een energielabel. Een maatwerkadvies kijkt ook naar het actuele verbruik, de wensen van de gebruiker en de haalbaarheid van maatregelen. In de toekomst krijgt ook het renovatiepaspoort hierin waarschijnlijk een grotere rol.

De grootste veranderingen moeten nog komen

De eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV zijn relatief beperkt. Toch is dit pas het begin. De komende jaren volgen nieuwe stappen, waaronder minimumeisen voor utiliteitsgebouwen en de verdere ontwikkeling richting emissieloze nieuwbouw.

Ook de vertrouwde plusjes achter energielabel A gaan op termijn verdwijnen. Daarvoor komt een nieuwe indeling terug, waarbij A0 staat voor een emissieloos gebouw.

De richting is duidelijk. De manier waarop we er moeten komen, is dat nog niet op alle onderdelen.

Juist daarom is het belangrijk om nu al verder te kijken dan de letter op het energielabel. Wat zegt het label werkelijk over jouw gebouw? Welke maatregelen zijn technisch verstandig? En in welke volgorde kun je deze het beste uitvoeren?

Eerst inzicht, daarna gericht verduurzamen

Een energielabel is een goed vertrekpunt, maar geen compleet verduurzamingsplan. Wie alleen probeert een betere letter te behalen, kan investeren in maatregelen die op papier goed scoren, maar in de praktijk niet optimaal aansluiten op het gebouw.

Door het energielabel te combineren met kennis van bouwkundige onderdelen, installaties en werkelijk gebruik ontstaat een veel bruikbaarder plan.

In de podcast bespreek ik samen met Marinus de Vries hoe energielabels worden vastgesteld, welke gebouwen labelplichtig zijn en wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

Wil je weten wat jouw energielabel daadwerkelijk zegt en welke vervolgstappen verstandig zijn? Beluister of bekijk dan de volledige podcast. Heb je daarna vragen over het verduurzamen van jouw vastgoed? Neem gerust contact met mij op. Dan kijken we verder dan alleen de letter op het label.

Bekijk / luister de podcast:

YouTube of via Spotify

Vanaf 1 augustus 2026 verhuist Meijer Verduurzaamt naar de bedrijfsunit aan de Ezingerweg 70 in Meppel

Een nieuwe locatie, dezelfde aanpak

By Algemeen

Soms is een volgende stap precies wat past bij de ontwikkeling van je bedrijf.

Per 1 augustus ben ik verhuist met Meijer Verduurzaamt van Koekange naar Meppel. Vanaf dat moment ben ik gevestigd aan de Ezingerweg 70 en wordt dit ook mijn nieuwe postadres.

De afgelopen jaren heb ik met veel plezier gewerkt vanuit mijn kantoor aan huis in Koekange. Vanaf 1 augustus maak ik de stap naar een eigen bedrijfsunit in het bedrijfsverzamelgebouw aan de Ezingerweg 70 in Meppel.

Voor mijn opdrachtgevers verandert er eigenlijk weinig. Ik blijf bedrijven ondersteunen bij verduurzamingsvraagstukken, kennis delen via podcasts en trainingen en adviseren over onder andere warmtepompen, koeltechniek, BREEAM en netcongestie. Alleen mijn werkplek krijgt een nieuw adres.

Voor mij voelt deze stap als een mooie investering in de toekomst van Meijer Verduurzaamt. Een eigen plek waar ik mij volledig kan richten op advies, kennisoverdracht, podcastopnames en de verdere groei van mijn bedrijf.

Vanaf 1 augustus kun je mij vinden op:

📍 Ezingerweg 70-31, 7943 AZ Meppel

Ik kijk ernaar uit om vanuit deze nieuwe locatie verder te bouwen aan duurzame oplossingen en mooie samenwerkingen. Kom je een keer in de buurt? De koffie staat klaar!

Airconditioning is veel meer dan koelen. Ontdek hoe comfort, ventilatie, ontvochtiging, verwarmen en slimme klimaattechniek samen zorgen voor een gezond en duurzaam binnenklimaat.

2026 Podcast-6 – Airconditioning is veel meer dan alleen koelen

By Algemeen

Als mensen aan airconditioning denken, denken ze vaak aan één ding: een koele slaapkamer tijdens warme zomernachten.

Maar daarmee doe je moderne klimaattechniek eigenlijk tekort.

Een goed ontworpen airconditioningsysteem zorgt niet alleen voor verkoeling, maar draagt bij aan een gezond, comfortabel én energiezuinig binnenklimaat. Sterker nog: in veel gebouwen is koelen slechts een klein onderdeel van het totale verhaal.

Comfort is meer dan temperatuur

Wanneer iemand zegt: “Het is hier warm”, betekent dat niet automatisch dat de temperatuur te hoog is.

Ook luchtvochtigheid, luchtstromen, ventilatie en zelfs geluid bepalen hoe comfortabel een ruimte aanvoelt.

Een ruimte van 24 graden met een goede luchtvochtigheid kan prettiger aanvoelen dan een ruimte van 21 graden waar de lucht te droog is of waar voortdurend een koude luchtstroom langs je werkplek trekt.

Juist daarom begint een goed advies nooit bij de vraag:

“Welke airco wil je?”

Maar veel eerder bij:

“Hoe gebruik je deze ruimte eigenlijk?”

Elke ruimte vraagt om een andere oplossing

Een slaapkamer, kantoor, winkel, productieruimte of hotelkamer lijken misschien allemaal gekoeld te moeten worden, maar de eisen verschillen enorm.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Waar zitten mensen?
  • Hoeveel personen zijn aanwezig?
  • Is verwarmen ook gewenst?
  • Hoe wordt geventileerd?
  • Zijn er warmte producerende machines aanwezig?
  • Is geluid een belangrijk aandachtspunt?
  • Hoe ziet de bouwkundige situatie eruit?

Pas als al deze vragen zijn beantwoord, kun je bepalen welk systeem het beste past.

Niet elke airco is hetzelfde

Veel mensen kennen alleen de bekende wandunit. Die werkt prima voor veel woningen, maar is lang niet altijd de beste keuze.

Afhankelijk van de situatie kan gekozen worden voor:

  • Wandunits
  • Cassette-units
  • Kanaalunits boven een plafond
  • Multisplit-systemen
  • VRF-installaties voor grotere gebouwen
  • Integratie met ventilatie
  • Combinaties met warmtepompen of vloerverwarming

Het goedkoopste systeem blijkt achteraf lang niet altijd de voordeligste oplossing.

Een installatie met een hoger rendement gebruikt jarenlang minder energie, levert meer comfort op en vraagt vaak minder onderhoud.

Ventilatie verdient veel meer aandacht

Een comfortabel gebouw draait niet alleen om koelen of verwarmen.

Ventilatie speelt minstens zo’n belangrijke rol.

Verse buitenlucht moet immers altijd worden aangevoerd. Maar als die lucht ongecontroleerd een gebouw binnenkomt, kan dat zorgen voor tocht, temperatuurverschillen en klachten.

Door ventilatie slim te combineren met de klimaatinstallatie ontstaat een veel gelijkmatiger binnenklimaat.

Dat zie je misschien niet direct…

Maar je voelt het wel.

Voorkom tocht en droge ogen

Veel klachten over airconditioning ontstaan niet doordat een installatie slecht is.

Vaak is deze simpelweg niet goed ontworpen.

Een binnendeel dat recht op een bank, bureau of bed blaast, zorgt vrijwel gegarandeerd voor tochtklachten.

Ook een te lage luchtvochtigheid kan leiden tot droge ogen of irritatie, zeker bij mensen die contactlenzen dragen.

Daarom is de positie van een binnendeel minstens zo belangrijk als de keuze van het systeem zelf.

Onderhoud is geen overbodige luxe

Een airconditioningsysteem werkt het beste wanneer filters schoon blijven.

In woningen kun je veel onderhoud eenvoudig zelf uitvoeren door filters regelmatig schoon te maken.

In kantoren, winkels en grotere gebouwen ligt dat anders.

Daar draait een installatie vaak veel meer uren én voelt niemand zich echt verantwoordelijk voor het onderhoud.

Regelmatige inspecties zorgen niet alleen voor een lager energieverbruik, maar verlengen ook de levensduur van de installatie en voorkomen storingen.

Airconditioning wordt steeds vaker onderdeel van verduurzaming

Tien jaar geleden werd een airco vooral geplaatst om te koelen.

Vandaag zien we iets heel anders.

Steeds meer woningen gebruiken airconditioning juist om te verwarmen.

In combinatie met vloerverwarming of een warmtepomp kan dit een belangrijke stap zijn richting aardgasvrij wonen.

Daarmee verandert ook de manier waarop naar een gebouw wordt gekeken.

Niet alleen de koelvraag is belangrijk, maar het complete energiesysteem.

De toekomst vraagt om slimme keuzes

De techniek ontwikkelt zich razendsnel.

Nieuwe wetgeving rondom koudemiddelen, strengere duurzaamheidseisen, PFAS-regelgeving en netcongestie zorgen ervoor dat installateurs steeds vaker vooruit moeten denken.

Daarom wordt het steeds belangrijker om niet alleen naar de aanschafprijs te kijken, maar juist naar:

  • energieverbruik;
  • toekomstbestendigheid;
  • onderhoud;
  • comfort;
  • levensduur;
  • mogelijkheden voor uitbreiding.

Een goed klimaatsysteem koop je immers niet voor vandaag…

Maar voor de komende 15 tot 20 jaar.

Eerst goed nadenken, daarna pas installeren

Een airconditioningsysteem is veel meer dan een apparaat aan de muur.

Het is onderdeel van het complete binnenklimaat.

Wie eerst kijkt naar de wensen van de gebruiker, de eigenschappen van het gebouw én de toekomstige ontwikkelingen, komt uiteindelijk tot een oplossing die jarenlang comfort biedt én energie bespaart.

En precies daar begint verduurzamen.

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Gerwin Sloots op YouTube of Spotify.

Vanaf maandag 24 augustus werk ik vanuit mijn nieuwe kantoor in Meppel en ben ik weer bereikbaar voor nieuwe en lopende opdrachten.

De zomervakantie staat voor de deur

By Algemeen

Vanaf morgen gaat ook voor mij de laptop grotendeels dicht. Niet alleen om even op te laden, maar ook omdat er iets heel moois staat te gebeuren.

We ontvangen namelijk de sleutel van onze nieuwe woning. En dat betekent óók de sleutel van mijn nieuwe kantoor. Een plek waar ik de komende weken alles rustig ga inrichten, zodat ik na de vakantie weer met frisse energie aan de slag kan.

Vanaf maandag 24 augustus werk ik vanuit mijn nieuwe kantoor in Meppel en ben ik weer bereikbaar voor nieuwe en lopende opdrachten.

Voor nu kies ik eerst even voor tijd met mijn gezin, genieten van de vakantie en natuurlijk het uitpakken, inrichten en wennen aan onze nieuwe plek.

Ik wens iedereen een hele fijne zomervakantie. Of je nu zelf op vakantie gaat, gewoon doorwerkt of juist geniet van de rust omdat anderen weg zijn. Maak er een mooie zomer van en geniet als je eraan toe bent.

Tot na de vakantie!

Nieuwe wetgeving rondom koudemiddelen komt eraan. Lees wat F-gassen, PFAS en schaarste betekenen voor jouw installaties en hoe je nu slimme keuzes maakt.

2026 Podcast-5 – Koudemiddelen onder druk: van verplichting naar kans

By Algemeen

De wereld van koudemiddelen verandert sneller dan veel ondernemers denken

De koel- en klimaattechniek staat aan de vooravond van een enorme verandering. Misschien lijkt het nog een onderwerp voor specialisten, maar de keuzes die vandaag worden gemaakt hebben grote gevolgen voor de komende tien tot vijftien jaar.

In mijn nieuwste podcast ging ik hierover in gesprek met Edwin Ernste, voorzitter van de KNVvK en directeur bij Celsis. We spraken over wetgeving, koudemiddelen, duurzaamheid en de toekomst van onze branche. Eén conclusie stond al snel vast: afwachten is geen optie meer.

De uitfasering is al begonnen

Jarenlang maakten we gebruik van synthetische koudemiddelen. Technisch zijn veel van deze middelen uitstekend, maar ze hebben één groot nadeel: een hoge GWP-waarde. Dat betekent dat ze bij lekkage een flinke bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde.

Europa heeft daarom besloten deze koudemiddelen stap voor stap uit te faseren. Dat klinkt misschien nog ver weg, maar de gevolgen zijn nu al merkbaar. Vanaf 2027 wordt het beschikbare quotum opnieuw bijna gehalveerd en in 2030 volgt de volgende grote stap. Hierdoor ontstaat schaarste en zullen de prijzen van veel koudemiddelen verder oplopen.

De vraag wordt straks niet meer: “Wat kost dit koudemiddel?” De vraag wordt: “Is het überhaupt nog verkrijgbaar?”

Veel installaties lopen ongemerkt een risico

Wat mij tijdens mijn werkzaamheden steeds vaker opvalt, is dat er nog ontzettend veel installaties draaien op koudemiddelen die binnen enkele jaren problematisch kunnen worden. Vooral in de utiliteit, retail en kleinere commerciële installaties kom ik systemen tegen die volledig afhankelijk zijn van koudemiddelen met een hoge GWP.

Veel ondernemers zijn zich daar helemaal niet van bewust. Zij investeren vandaag in een installatie die technisch nog jarenlang mee kan, maar waarvan het onderhoud straks steeds duurder of zelfs lastig uitvoerbaar wordt doordat het juiste koudemiddel niet meer beschikbaar is.

Juist daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de aanschafprijs van een installatie.

Duurzaamheid is meer dan alleen een GWP-cijfer

Tijdens ons gesprek hadden we het ook over iets wat vaak vergeten wordt. In de praktijk wordt veel aandacht besteed aan de GWP-waarde van een koudemiddel, terwijl dat slechts één onderdeel van het totale verhaal is.

Ik kijk liever naar het complete plaatje. Hoeveel energie gebruikt een installatie? Wat is de levensduur? Hoe zit het met de onderhoudskosten? En wat betekent de installatie over tien of vijftien jaar voor de eigenaar?

Begrippen als Total Cost of Ownership (TCO) en TEWI spelen daarbij een steeds belangrijkere rol. Soms blijkt een installatie met een iets hogere investering uiteindelijk veel duurzamer én voordeliger te zijn dan een goedkopere oplossing die over enkele jaren alweer tegen nieuwe beperkingen aanloopt.

PFAS maakt de toekomst nog onzekerder

Alsof de F-gassenverordening nog niet genoeg uitdagingen met zich meebrengt, speelt er nog een ander belangrijk dossier. Veel moderne synthetische koudemiddelen bevatten PFAS. Europa onderzoekt op dit moment welke beperkingen daarvoor gaan gelden.

Dat betekent dat sommige koudemiddelen die nu als toekomstbestendig worden gepresenteerd, over een aantal jaren mogelijk opnieuw onder druk komen te staan. Ook dat is een reden om verder vooruit te kijken dan alleen de techniek van vandaag.

De grootste uitdaging zit misschien wel in de mensen

Wat mij misschien nog wel meer bezighoudt dan de techniek, is de kennis binnen onze branche. We hebben te maken met een groot tekort aan vakmensen, terwijl installaties steeds complexer worden en de regelgeving zich razendsnel ontwikkelt.

Steeds vaker worden complete plug-and-play systemen toegepast. Dat heeft voordelen, maar zorgt er ook voor dat specialistische kennis langzaam verdwijnt. Juist daarom geloof ik zo sterk in kennisdeling. Dat is ook de reden waarom ik deze podcastserie ben gestart. Hoe meer kennis we met elkaar delen, hoe beter de keuzes worden die we samen maken.

Samenwerken is de sleutel

Een mooie boodschap van Edwin bleef mij vooral bij: stop met elkaar de markt uit te concurreren. Er is simpelweg meer werk dan de branche aankan.

Juist nu ligt er een enorme kans om samen te werken. Installateurs, adviseurs, leveranciers en fabrikanten hebben elkaar harder nodig dan ooit. Door kennis te delen, klanten eerlijk te informeren en gezamenlijk plannen te maken, kunnen we de transitie naar duurzame installaties veel slimmer en efficiënter uitvoeren.

Mijn advies

Wacht niet totdat regelgeving je dwingt om in actie te komen. Kijk vandaag al kritisch naar de installaties die je beheert of gebruikt. Welke koudemiddelen zitten erin? Hoe toekomstbestendig zijn die nog? En wat gebeurt er als er over vijf of tien jaar onderhoud nodig is?

Door nu vooruit te denken, voorkom je dat je later voor onverwachte kosten of lastige keuzes komt te staan.

De toekomst van koudemiddelen begint niet morgen. Die is al begonnen.

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Edwin Ernste op YouTube of Spotify.

De podcast van Meijer Verduurzaamt is vanaf nu niet alleen te bekijken op YouTube, maar ook te bekijken op Spotify.

Wim op Spotify

By Algemeen

🎙️ Goed nieuws!

De podcast van Meijer Verduurzaamt is vanaf nu niet alleen te bekijken op YouTube, maar ook te bekijken op Spotify.

De eerste vier afleveringen verschijnen de komende weken wekelijks op Spotify, zodat je ze ook daar kunt volgen.

En daarna wordt het nóg interessanter.

Vanaf aflevering 5 zijn nieuwe podcasts als eerste te bekijken en te beluisteren via Spotify. Pas daarna verschijnen ze op YouTube.

Dus wil je als eerste op de hoogte zijn van gesprekken over verduurzaming, koeltechniek, warmtepompen, netcongestie en andere actuele ontwikkelingen? Dan is Spotify vanaf nu dé plek om ons te volgen.

📹 YouTube blijft natuurlijk beschikbaar, maar op Spotify krijg je voortaan een voorsprong.

Volg Meijer Verduurzaamt op Spotify en mis geen aflevering!

🎙️📹  Spotify & YouTube:

#MeijerVerduurzaamt #Podcast #Spotify #YouTube #Verduurzaming #Koeltechniek #Warmtepompen #Netcongestie

Industriële warmtepompen uitgelegd: waarom ze de “vrachtwagen onder de warmtepompen” zijn en wanneer ze écht het verschil maken in rendement, levensduur en duurzaamheid.

2026 Podcast-4 – Industriële warmtepompen: de vrachtwagen onder de warmtepompen

By Algemeen

Warmtepompen zijn inmiddels geen onbekend terrein meer. Maar wat veel mensen niet weten, is dat er een wereld van verschil zit tussen de warmtepomp bij je thuis… en de industriële variant.

In deze podcast ga ik in gesprek met André van Zutphen. En hij noemt het mooi:

“De industriële warmtepomp is de vrachtwagen onder de warmtepompen.”

En eerlijk? Dat is precies de juiste vergelijking.

Niet meer vergelijken met een woningwarmtepomp

Waar een warmtepomp in een woning draait om comfort, draait een industriële warmtepomp om iets heel anders:

  • continuïteit
  • betrouwbaarheid
  • grote vermogens
  • en vooral: proceszekerheid

In de industrie hangt productie vaak direct af van warmte. Valt die weg? Dan ligt alles stil.

En dát is precies waarom je hier niet kiest voor “goedkoop”, maar voor “zeker”.

Waarom industrieel écht anders is

Een industriële warmtepomp:

  • werkt vaak met natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak
  • is gebouwd van zwaar staal en RVS (geen koper)
  • heeft open compressoren die onderhoudbaar zijn
  • draait veel meer uren per jaar
  • levert veel hogere vermogens

Oftewel: geen personenauto… maar een vrachtwagen die dag en nacht door blijft rijden.

Levensduur vs. aanschafprijs

Hier gaat het vaak mis in de besluitvorming.

Ja, een industriële warmtepomp is duurder in aanschaf.

Maar kijk je naar de totale levensduur?

  • Commerciële warmtepomp: ±10–12 jaar
  • Industriële warmtepomp: 25–30 jaar of langer

En dan begint het verschil pas echt zichtbaar te worden.

Zoals André het mooi zegt:

na 10 jaar is een industriële warmtepomp “net lekker ingelopen”.

Rendement op extreme prestaties

Wat deze techniek écht interessant maakt:

  • Temperaturen tot 85–90°C
  • Grote temperatuurverschillen (zelfs 100°C verschil)
  • En tóch een jaarrendement (COP) rond de 3

Voor veel toepassingen is dat simpelweg niet haalbaar met standaard systemen.

Maatwerk in plaats van ‘van de plank’

Wat veel mensen onderschatten:

Elke industriële warmtepomp is eigenlijk een project op zich.

Je kijkt niet alleen naar de techniek, maar vooral naar:

  • het proces van de klant
  • de energiestromen
  • pieken en dalen
  • en de vraag: waar zit verspilling?

Want vaak wordt er nog steeds:

🔥 warmte weggegooid

❄️ en tegelijkertijd energie toegevoegd

Zonde. En vooral: onnodig.

Waar liggen de kansen?

De grootste kansen zitten daar waar:

  • koeling én verwarming tegelijk nodig zijn
  • veel draaiuren gemaakt worden
  • restwarmte beschikbaar is

Denk aan:

  • industrie
  • voedselproductie
  • datacenters
  • stadsverwarming

Daar ligt letterlijk energie voor het oprapen.

Samenwerken is geen optie, maar noodzaak

Wat in dit gesprek ook duidelijk wordt:

Dit soort projecten doe je nooit alleen.

  • adviseur
  • installateur
  • fabrikant
  • eindgebruiker

Iedereen moet aan tafel.

Want alleen dan krijg je een installatie die écht doet wat hij moet doen.

De toekomst: wachten of doen?

De boodschap is eigenlijk heel simpel:

  • 2030 komt sneller dan je denkt
  • regelgeving wordt strenger
  • energieprijzen blijven onzeker

En toch wachten veel bedrijven nog.

Terwijl in veel gevallen de businesscase al lang klopt.

Tot slot

Industriële warmtepompen zijn geen hype.

Ze zijn een serieuze oplossing voor de energievraag van morgen.

Maar alleen als je bereid bent om verder te kijken dan de aanschafprijs.

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met André van Zutphen op YouTube of Spotify.

 

Verduurzamen in de praktijk: van warmtepompen tot netcongestie. Leer van een echt project bij Boom Laboratoriumleverancier in Meppel.

2026 Podcast-3 – Samen verduurzamen in de praktijk

By Algemeen

Samen verduurzamen in de praktijk: in gesprek met Floris Boom

Soms kom je bedrijven tegen waar verduurzaming geen project is… maar gewoon onderdeel van het DNA. Boom Laboratoriumleverancier in Meppel is zo’n bedrijf.

In deze podcast ga ik in gesprek met Floris Boom. Samen kijken we terug op het traject dat we een aantal jaar geleden zijn gestart: van nulmeting tot een compleet vernieuwd kantoorpand met warmtepompen, ventilatie en energiemanagement.

Maar eerlijk is eerlijk… het verhaal gaat over veel meer dan alleen techniek.

Van losse maatregelen naar een totaalvisie

Toen ik destijds bij Floris binnenstapte, was er al beweging. Ledverlichting, kleinere verbeteringen… maar nog geen totaalplaatje.

We zijn begonnen met een nulmeting:

  • Waar sta je nu?
  • Waar zitten kansen?
  • En belangrijker: wat wil je eigenlijk bereiken?

Want verduurzamen zonder doel… is gewoon geld uitgeven.

De grote stap: het kantoorpand

Op een gegeven moment kwam het besef:

“Nu moeten we het goed doen.”

En dat betekende:

  • Warmtepompen in plaats van gas
  • Nieuwe ventilatie met 100% verse lucht
  • Individueel regelbare ruimtes
  • Een compleet nieuw gebouwbeheersysteem

En ja… dan kom je erachter dat zo’n traject groter wordt dan je vooraf denkt 😉

Maar zoals Floris het mooi zegt: “Als je het doet, doe het dan goed.”

Comfort is geen luxe, maar noodzaak

Wat ik sterk vind aan dit project, is de focus op mensen.

Niet het gebouw staat centraal… maar de mensen die erin werken.

Denk aan:

  • Frisse lucht en goede ventilatie
  • Lichtkwaliteit (nieuwe LED)
  • Zit-sta werkplekken
  • Beweging en zelfs kleine dingen zoals een centrale koffiemachine

Het resultaat?

Mensen zeggen niet: “Wat een installatie!”

Maar wel: “Het werkt hier gewoon prettig.”

En dát is precies de bedoeling.

De realiteit: netcongestie remt je af

Waar veel bedrijven nu tegenaan lopen… en Boom ook:

👉 Je wíl verduurzamen

👉 Maar je kúnt niet altijd

Door netcongestie is er simpelweg niet genoeg stroom beschikbaar om door te pakken.

Gevolg:

  • Warmtepompen kunnen niet overal toegepast worden
  • Uitbreidingen worden lastiger
  • Je moet creatief gaan denken

Denk aan:

  • Energiemanagementsystemen
  • Slim laden van elektrische voertuigen
  • Accu-opslag
  • Samenwerken met bedrijven op hetzelfde terrein

Maar één ding is duidelijk:

De techniek is er… nu de capaciteit nog.

Wat ik hieruit meeneem

Als ik terugkijk op dit traject, zijn er een paar dingen die er echt uitspringen:

✔ Laat je goed adviseren
✔ Kies voor kwaliteit (niet alleen prijs)
✔ Werk met partijen die bij je passen
✔ Kijk verder dan alleen je gebouw
✔ En misschien wel de belangrijkste: begin gewoon

Want verduurzamen is geen eindpunt… het is een proces.

Mijn advies aan ondernemers

Twijfel je nog?

Niet doen.

Je hoeft niet alles in één keer perfect te doen.

Maar niets doen… is tegenwoordig geen optie meer.

En zoals Floris het mooi verwoordt: “Je moet er niet bang voor zijn. Je moet het gewoon doen.”

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Floris Boom op YouTube of Spotify.

Netcongestie uitgelegd voor ondernemers: waarom stroom niet vanzelfsprekend is en hoe je met slimme samenwerking en lokale energie wél verder kunt groeien.

2026 Podcast-2 – Netcongestie: waarom lokaal samenwerken belangrijker wordt dan ooit

By Algemeen

Netcongestie. Een paar jaar geleden hoorde je het woord bijna nooit. Inmiddels komt het dagelijks voorbij in nieuwsberichten, gesprekken met ondernemers en plannen voor verduurzaming.

Want waar je vroeger simpelweg een grotere stroomaansluiting aanvroeg, krijg je nu steeds vaker te horen: “Dat kan niet zomaar.”

En dat schuurt. Zeker voor bedrijven die willen groeien, verduurzamen of elektrificeren. Want hoe ga je van het gas af als je geen extra ruimte krijgt op het elektriciteitsnet? Hoe leg je zonnepanelen op je dak als je de opgewekte stroom niet kwijt kunt? En hoe blijf je als ondernemer vooruitkijken als de aansluiting letterlijk de rem op je plannen zet?

In deze podcast gaat Wim Meijer in gesprek met Jan Albert Westenbrink over netcongestie, lokale energie, samenwerking en vooral: kijken naar wat er wél kan.

Van verduurzamen naar slimmer organiseren

De afgelopen jaren is er veel gesproken over verduurzamen. Minder gas gebruiken, zonnepanelen plaatsen, isoleren, elektrificeren. Allemaal belangrijk, maar volgens Jan Albert is dat niet genoeg.

De grote uitdaging zit niet alleen in techniek, maar vooral in organisatie.

Want energie is jarenlang iets geweest wat “gewoon beschikbaar” was. Had je meer nodig? Dan vroeg je meer aan. Maar die vanzelfsprekendheid is weg. Bedrijven krijgen niet automatisch meer ruimte op het net. Ook kleinverbruikers en MKB-bedrijven krijgen hier steeds vaker mee te maken.

Daarom moeten we anders gaan denken.

Niet alleen: “Hoe los ik mijn eigen probleem op?”

Maar ook: “Wat kunnen we samen in dit gebied slimmer organiseren?”

De duurzame lokale energie-economie

Een belangrijk thema in het gesprek is de duurzame lokale energie-economie.

Klinkt misschien groot, maar het idee is eigenlijk heel logisch. In veel regio’s stroomt jaarlijks miljoenen aan energiekosten weg uit het gebied. Geld dat betaald wordt aan energie, verdwijnt uit de lokale economie.

Maar wat gebeurt er als je een deel van die energie lokaal opwekt, lokaal gebruikt en lokaal organiseert?

Dan ontstaat er een ander systeem. Een systeem waarin bedrijven, bedrijventerreinen, bewoners en lokale partijen samen kijken naar opwek, opslag, gebruik en verdeling van energie. Niet als losstaande projecten, maar als onderdeel van één groter geheel.

Oftewel: minder afhankelijk worden van de grote energiemarkt en meer grip krijgen op je eigen omgeving.

En dat wordt steeds relevanter.

Want geopolitieke ontwikkelingen, stijgende energieprijzen en onzekerheid op de markt laten zien hoe kwetsbaar we zijn als we volledig afhankelijk blijven van externe energiebronnen.

Netcongestie vraagt om data

Een van de belangrijkste lessen uit het gesprek: begin niet met zomaar investeren.

Niet direct zonnepanelen leggen. Niet direct een batterij kopen. Niet direct een warmtepomp plaatsen zonder te weten wat het effect is.

Begin met data.

Hoe ziet het energieprofiel van een bedrijf eruit? Waar zitten de pieken? Wanneer wordt stroom gebruikt? Wanneer is er juist ruimte? Wat gebeurt er als je een warmtepomp toevoegt? Of zonnepanelen? Of opslag?

Door eerst te meten en te simuleren, kun je veel beter bepalen welke oplossing past.

Dat is ook de aanpak bij projecten op bedrijventerreinen. Eerst inzicht krijgen in het gedrag van bedrijven. Daarna pas kijken naar oplossingen zoals batterijen, energiemanagementsystemen, groepscontracten of slimme verdeling van vermogen.

Want een batterij zonder goede aansturing is geen oplossing. Dan heb je vooral een dure kast staan.

Samenwerken op bedrijventerreinen

Een interessante ontwikkeling is de groepscontractvorm, ook wel de groepstransportovereenkomst genoemd. Hierbij brengen bedrijven hun individuele gecontracteerde vermogens samen in een groepsvermogen.

Dat betekent dat niet elk bedrijf afzonderlijk maximale zekerheid hoeft te claimen, maar dat er slimmer gekeken wordt naar momenten waarop vermogen beschikbaar is.

Want niet ieder bedrijf heeft op hetzelfde moment zijn piek.

De één gebruikt vooral overdag veel stroom. De ander juist op andere momenten. Door die profielen op elkaar te leggen, ontstaat er soms meer ruimte dan je individueel zou denken.

Dat vraagt wel om een andere manier van denken. Minder vanuit absolute zekerheid, meer vanuit flexibiliteit en samenwerking.

En precies daar zit de uitdaging.

Want techniek is vaak niet het grootste probleem. Volgens Jan Albert gaat misschien 20% over techniek en 80% over mensen, vertrouwen en organisatie.

Je moet elkaar iets gunnen. Je moet afspraken maken. Je moet bereid zijn om verder te kijken dan je eigen meterkast.

Buffers zijn niet altijd batterijen

Als het gaat over netcongestie, wordt vaak meteen gedacht aan batterijen. Maar in de praktijk zijn er veel meer vormen van buffering.

Denk aan een vriescel die overdag extra koelt wanneer er veel zonnestroom is. Of een warmwatertank die energie opslaat in warmte. Of een zwembad dat overdag wordt opgewarmd en ’s nachts minder energie vraagt.

Ook ijswaterbanken, zoutopslag en procesmatige buffers kunnen een rol spelen.

Het belangrijkste is: kijk naar wat er al is.

Soms hoeft een bedrijf helemaal geen grote batterij te plaatsen, maar kan het bestaande processen slimmer sturen. Dat is vaak goedkoper, duurzamer en beter passend bij het bedrijf.

Waterstof: kansrijk, maar niet dé snelle oplossing

Ook waterstof komt voorbij in het gesprek. Het is een veelbesproken onderwerp, maar volgens Jan Albert en Wim moeten we daar nuchter naar blijven kijken.

Groene waterstof vraagt veel elektriciteit. De kostprijs is op dit moment vaak nog hoog. Voor sommige toepassingen, zoals zwaar transport of industriële processen, kan waterstof op termijn interessant zijn. Maar als oplossing voor elk gebouw of elk verduurzamingsvraagstuk is het nog geen vanzelfsprekende keuze.

Tegelijk zit er wel potentie in lokale systemen waarbij niet alleen naar de waterstof zelf wordt gekeken, maar ook naar de warmte en zuurstof die vrijkomen bij de productie.

Ook hier geldt dus weer: kijk integraal. Niet alleen naar één output, maar naar het hele systeem.

Duurzaamheid gaat ook over duur in tijd

Een mooie uitspraak uit de podcast gaat over het woord duurzaamheid.

Daar zit het woord “duur” in. En dat kun je op twee manieren uitleggen: duur in kosten, maar ook duur in tijd.

Als je vooral kijkt naar de korte termijn, lijkt verduurzamen vaak kostbaar. Maar als je kijkt naar de levensduur, de afhankelijkheid, de risico’s en de waarde op lange termijn, verandert dat beeld.

Dan gaat duurzaamheid niet alleen over minder CO₂, maar ook over toekomstbestendigheid.

Kun je blijven groeien? Kun je blijven produceren? Kun je blijven verwarmen, koelen en leveren, ook als het net vol zit of energieprijzen schommelen?

Dat zijn vragen waar ondernemers nu al over moeten nadenken.

Wachten is geen strategie

De kern van het gesprek is misschien wel deze:

Netcongestie is een probleem, maar achteroverleunen lost niets op.

Ja, het net zit vol. Ja, aansluitingen zijn niet meer vanzelfsprekend. Ja, wetgeving, subsidies en netbeheerders bewegen soms trager dan de praktijk nodig heeft.

Maar dat betekent niet dat er niets kan.

Er kan juist veel, als bedrijven anders gaan kijken. Naar hun eigen verbruik. Naar hun buren. Naar lokale opwek. Naar opslag. Naar slimme sturing. Naar samenwerking.

Niet wachten tot “iemand anders” het oplost, maar zelf in beweging komen.

De belangrijkste les

Netcongestie dwingt ons om anders te denken over energie.

Niet langer alleen vanuit individuele aansluitingen, maar vanuit lokale systemen. Niet alleen vanuit techniek, maar vanuit samenwerking. Niet alleen vanuit verbruik, maar vanuit data, flexibiliteit en slimme keuzes.

Of zoals Jan Albert het mooi samenvat: “Kijk met elkaar naar wat wél kan. Praat met je buren, je netwerk, je bedrijventerrein of je ondernemersvereniging. Deel je plannen. Deel je uitdagingen. En kijk breder dan alleen je eigen probleem. Want de energie-economie van de toekomst wordt niet alleen gebouwd met kabels, batterijen en zonnepanelen. Die wordt vooral gebouwd met mensen die bereid zijn om samen vooruit te kijken.”

Luister de podcast:

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Jan Albert Westenbrink op YouTube of Spotify.