Netcongestie. Een paar jaar geleden hoorde je het woord bijna nooit. Inmiddels komt het dagelijks voorbij in nieuwsberichten, gesprekken met ondernemers en plannen voor verduurzaming.
Want waar je vroeger simpelweg een grotere stroomaansluiting aanvroeg, krijg je nu steeds vaker te horen: “Dat kan niet zomaar.”
En dat schuurt. Zeker voor bedrijven die willen groeien, verduurzamen of elektrificeren. Want hoe ga je van het gas af als je geen extra ruimte krijgt op het elektriciteitsnet? Hoe leg je zonnepanelen op je dak als je de opgewekte stroom niet kwijt kunt? En hoe blijf je als ondernemer vooruitkijken als de aansluiting letterlijk de rem op je plannen zet?
In deze podcast gaat Wim Meijer in gesprek met Jan Albert Westenbrink over netcongestie, lokale energie, samenwerking en vooral: kijken naar wat er wél kan.
Van verduurzamen naar slimmer organiseren
De afgelopen jaren is er veel gesproken over verduurzamen. Minder gas gebruiken, zonnepanelen plaatsen, isoleren, elektrificeren. Allemaal belangrijk, maar volgens Jan Albert is dat niet genoeg.
De grote uitdaging zit niet alleen in techniek, maar vooral in organisatie.
Want energie is jarenlang iets geweest wat “gewoon beschikbaar” was. Had je meer nodig? Dan vroeg je meer aan. Maar die vanzelfsprekendheid is weg. Bedrijven krijgen niet automatisch meer ruimte op het net. Ook kleinverbruikers en MKB-bedrijven krijgen hier steeds vaker mee te maken.
Daarom moeten we anders gaan denken.
Niet alleen: “Hoe los ik mijn eigen probleem op?”
Maar ook: “Wat kunnen we samen in dit gebied slimmer organiseren?”
De duurzame lokale energie-economie
Een belangrijk thema in het gesprek is de duurzame lokale energie-economie.
Klinkt misschien groot, maar het idee is eigenlijk heel logisch. In veel regio’s stroomt jaarlijks miljoenen aan energiekosten weg uit het gebied. Geld dat betaald wordt aan energie, verdwijnt uit de lokale economie.
Maar wat gebeurt er als je een deel van die energie lokaal opwekt, lokaal gebruikt en lokaal organiseert?
Dan ontstaat er een ander systeem. Een systeem waarin bedrijven, bedrijventerreinen, bewoners en lokale partijen samen kijken naar opwek, opslag, gebruik en verdeling van energie. Niet als losstaande projecten, maar als onderdeel van één groter geheel.
Oftewel: minder afhankelijk worden van de grote energiemarkt en meer grip krijgen op je eigen omgeving.
En dat wordt steeds relevanter.
Want geopolitieke ontwikkelingen, stijgende energieprijzen en onzekerheid op de markt laten zien hoe kwetsbaar we zijn als we volledig afhankelijk blijven van externe energiebronnen.
Netcongestie vraagt om data
Een van de belangrijkste lessen uit het gesprek: begin niet met zomaar investeren.
Niet direct zonnepanelen leggen. Niet direct een batterij kopen. Niet direct een warmtepomp plaatsen zonder te weten wat het effect is.
Begin met data.
Hoe ziet het energieprofiel van een bedrijf eruit? Waar zitten de pieken? Wanneer wordt stroom gebruikt? Wanneer is er juist ruimte? Wat gebeurt er als je een warmtepomp toevoegt? Of zonnepanelen? Of opslag?
Door eerst te meten en te simuleren, kun je veel beter bepalen welke oplossing past.
Dat is ook de aanpak bij projecten op bedrijventerreinen. Eerst inzicht krijgen in het gedrag van bedrijven. Daarna pas kijken naar oplossingen zoals batterijen, energiemanagementsystemen, groepscontracten of slimme verdeling van vermogen.
Want een batterij zonder goede aansturing is geen oplossing. Dan heb je vooral een dure kast staan.
Samenwerken op bedrijventerreinen
Een interessante ontwikkeling is de groepscontractvorm, ook wel de groepstransportovereenkomst genoemd. Hierbij brengen bedrijven hun individuele gecontracteerde vermogens samen in een groepsvermogen.
Dat betekent dat niet elk bedrijf afzonderlijk maximale zekerheid hoeft te claimen, maar dat er slimmer gekeken wordt naar momenten waarop vermogen beschikbaar is.
Want niet ieder bedrijf heeft op hetzelfde moment zijn piek.
De één gebruikt vooral overdag veel stroom. De ander juist op andere momenten. Door die profielen op elkaar te leggen, ontstaat er soms meer ruimte dan je individueel zou denken.
Dat vraagt wel om een andere manier van denken. Minder vanuit absolute zekerheid, meer vanuit flexibiliteit en samenwerking.
En precies daar zit de uitdaging.
Want techniek is vaak niet het grootste probleem. Volgens Jan Albert gaat misschien 20% over techniek en 80% over mensen, vertrouwen en organisatie.
Je moet elkaar iets gunnen. Je moet afspraken maken. Je moet bereid zijn om verder te kijken dan je eigen meterkast.
Buffers zijn niet altijd batterijen
Als het gaat over netcongestie, wordt vaak meteen gedacht aan batterijen. Maar in de praktijk zijn er veel meer vormen van buffering.
Denk aan een vriescel die overdag extra koelt wanneer er veel zonnestroom is. Of een warmwatertank die energie opslaat in warmte. Of een zwembad dat overdag wordt opgewarmd en ’s nachts minder energie vraagt.
Ook ijswaterbanken, zoutopslag en procesmatige buffers kunnen een rol spelen.
Het belangrijkste is: kijk naar wat er al is.
Soms hoeft een bedrijf helemaal geen grote batterij te plaatsen, maar kan het bestaande processen slimmer sturen. Dat is vaak goedkoper, duurzamer en beter passend bij het bedrijf.
Waterstof: kansrijk, maar niet dé snelle oplossing
Ook waterstof komt voorbij in het gesprek. Het is een veelbesproken onderwerp, maar volgens Jan Albert en Wim moeten we daar nuchter naar blijven kijken.
Groene waterstof vraagt veel elektriciteit. De kostprijs is op dit moment vaak nog hoog. Voor sommige toepassingen, zoals zwaar transport of industriële processen, kan waterstof op termijn interessant zijn. Maar als oplossing voor elk gebouw of elk verduurzamingsvraagstuk is het nog geen vanzelfsprekende keuze.
Tegelijk zit er wel potentie in lokale systemen waarbij niet alleen naar de waterstof zelf wordt gekeken, maar ook naar de warmte en zuurstof die vrijkomen bij de productie.
Ook hier geldt dus weer: kijk integraal. Niet alleen naar één output, maar naar het hele systeem.
Duurzaamheid gaat ook over duur in tijd
Een mooie uitspraak uit de podcast gaat over het woord duurzaamheid.
Daar zit het woord “duur” in. En dat kun je op twee manieren uitleggen: duur in kosten, maar ook duur in tijd.
Als je vooral kijkt naar de korte termijn, lijkt verduurzamen vaak kostbaar. Maar als je kijkt naar de levensduur, de afhankelijkheid, de risico’s en de waarde op lange termijn, verandert dat beeld.
Dan gaat duurzaamheid niet alleen over minder CO₂, maar ook over toekomstbestendigheid.
Kun je blijven groeien? Kun je blijven produceren? Kun je blijven verwarmen, koelen en leveren, ook als het net vol zit of energieprijzen schommelen?
Dat zijn vragen waar ondernemers nu al over moeten nadenken.
Wachten is geen strategie
De kern van het gesprek is misschien wel deze:
Netcongestie is een probleem, maar achteroverleunen lost niets op.
Ja, het net zit vol. Ja, aansluitingen zijn niet meer vanzelfsprekend. Ja, wetgeving, subsidies en netbeheerders bewegen soms trager dan de praktijk nodig heeft.
Maar dat betekent niet dat er niets kan.
Er kan juist veel, als bedrijven anders gaan kijken. Naar hun eigen verbruik. Naar hun buren. Naar lokale opwek. Naar opslag. Naar slimme sturing. Naar samenwerking.
Niet wachten tot “iemand anders” het oplost, maar zelf in beweging komen.
De belangrijkste les
Netcongestie dwingt ons om anders te denken over energie.
Niet langer alleen vanuit individuele aansluitingen, maar vanuit lokale systemen. Niet alleen vanuit techniek, maar vanuit samenwerking. Niet alleen vanuit verbruik, maar vanuit data, flexibiliteit en slimme keuzes.
Of zoals Jan Albert het mooi samenvat: “Kijk met elkaar naar wat wél kan. Praat met je buren, je netwerk, je bedrijventerrein of je ondernemersvereniging. Deel je plannen. Deel je uitdagingen. En kijk breder dan alleen je eigen probleem. Want de energie-economie van de toekomst wordt niet alleen gebouwd met kabels, batterijen en zonnepanelen. Die wordt vooral gebouwd met mensen die bereid zijn om samen vooruit te kijken.”
Luister de podcast:
Bekijk hier mijn podcastaflevering met Jan Albert Westenbrink
