Skip to main content
Monthly Archives

september 2026

Van BENG en MPG tot R290, bewonersgedrag en netcongestie. Wim Meijer en Rudy Gevers bespreken de nieuwe eisen aan warmtepompen.

2026 Podcast 8 Warmtepompen: van ‘als hij maar verwarmt’ naar een compleet energiesysteem

By Algemeen

Vijftien jaar geleden was de belangrijkste vraag bij een warmtepomp eigenlijk vrij simpel: doet hij het ook als het buiten écht koud wordt?

Inmiddels weten we dat antwoord.

Ja, een warmtepomp kan een woning prima verwarmen, warm tapwater maken én in de zomer voor koeling zorgen. Het vertrouwen in de techniek is gegroeid en de warmtepomp heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig alternatief voor de cv-ketel.

Maar daarmee zijn we er niet.

Sterker nog: de eisen die we vandaag aan een warmtepomp stellen, gaan veel verder dan alleen verwarmen.

In deze podcast ga ik in gesprek met Rudy Gevers van Alklima over de ontwikkelingen in de warmtepomptechniek. Van BENG en MPG tot natuurlijke koudemiddelen, bewonersgedrag, seriematige woningbouw en netcongestie.

Van ‘als hij maar werkt’ naar veel meer eisen

Toen warmtepompen zo’n tien tot vijftien jaar geleden op grotere schaal hun intrede deden in de woningbouw, moest de techniek zich nog bewijzen.

  • Werkt hij bij -10 °C?
  • Kan hij voldoende warm tapwater maken?
  • Blijft de woning comfortabel?
  • Kunnen we er ook mee koelen?

Die fase zijn we inmiddels grotendeels voorbij.

Tegenwoordig kijken we naar een veel breder plaatje. Een warmtepomp moet niet alleen goed functioneren, maar ook bijdragen aan de energieprestatie van een gebouw, een zo laag mogelijke milieu-impact hebben, voldoen aan geluidseisen, slim aangestuurd kunnen worden én passen binnen de beschikbare capaciteit van ons elektriciteitsnet.

Kort gezegd: de warmtepomp is onderdeel geworden van het totale energiesysteem van een gebouw.

BENG én MPG: energieverbruik is maar één kant van het verhaal

Bij nieuwbouw spelen onder andere BENG en MPG een belangrijke rol.

Bij BENG kijken we naar de energieprestatie van een gebouw. Goede isolatie, zonnepanelen, warmteterugwinning en een efficiënte warmtepomp dragen eraan bij dat een gebouw zo weinig mogelijk energie nodig heeft.

Maar alleen naar energieverbruik kijken is niet meer voldoende.

Met de MPG kijken we ook naar de milieubelasting van de materialen die worden gebruikt. Waar komen grondstoffen vandaan? Hoeveel energie kost de productie? Hoe lang gaat een product mee? En wat gebeurt ermee aan het einde van zijn levensduur?

Daarmee ontstaat een interessante ontwikkeling.

Een installatie kan tijdens het gebruik heel energiezuinig zijn, maar we moeten óók kijken naar de impact die nodig was om die installatie überhaupt te produceren.

Juist de balans tussen die verschillende prestaties wordt steeds belangrijker.

De grootste variabele? De bewoner

Je kunt een woning doorrekenen. Je kunt een warmtepomp selecteren. Je kunt het benodigde vermogen bepalen en berekenen hoeveel warm tapwater beschikbaar moet zijn.

En dan komt de praktijk.

Want één van de belangrijkste variabelen laat zich lastig in een berekening stoppen: de bewoner.

De één staat drie minuten onder de douche, de ander twintig minuten. De één vindt 19 graden comfortabel, de ander zet de thermostaat standaard op 22 graden.

Dat heeft enorme invloed op het uiteindelijke energieverbruik.

Zeker in bestaande woningen vind ik daarom dat je niet alleen naar vierkante meters en transmissieberekeningen moet kijken. Een adviseur of installateur moet óók vragen hoe een woning daadwerkelijk gebruikt wordt.

  • Hoeveel mensen wonen er?
  • Hoe wordt er gedoucht?
  • Welke temperatuur vinden bewoners comfortabel?
  • Hoe wordt de woning gedurende de dag gebruikt?

Een technisch goede installatie begint met begrijpen voor wie je hem ontwerpt.

Seriematige woningbouw vraagt om standaardisatie

Bij seriematige woningbouw werkt dat anders.

Daar kun je niet voor iedere toekomstige bewoner een volledig individuele installatie ontwerpen. Daarom worden concepten ontwikkeld waarin bouwkundige aannemer, installateur, adviseur en fabrikant gezamenlijk afspraken maken.

  • Waar komt de buitenunit?
  • Hoe lopen de leidingen?
  • Welke boiler wordt standaard toegepast?
  • Welke opties krijgt een koper?
  • Hoe voldoen we aan de geluidseisen?
  • En hoe scoren we binnen BENG en MPG?

Het grote voordeel is dat je niet voor ieder nieuw project opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.

Een goed ontwikkeld concept kan steeds opnieuw worden toegepast en verbeterd. Dat levert niet alleen snelheid en lagere kosten op, maar ook een veel constantere kwaliteit.

En die ontwikkeling is hard gegaan. In relatief korte tijd is de woningbouw overgeschakeld van bouwen met een traditionele cv-installatie naar grootschalig gasloos bouwen.

2027: een volgende verandering voor koudemiddelen

Een andere grote ontwikkeling is de overstap naar natuurlijke koudemiddelen.

Door de herziene Europese F-gassenverordening veranderen de eisen aan koudemiddelen. Voor een deel van de lucht-waterwarmtepompen betekent dit vanaf 2027 een belangrijke omslag.

Propaan, oftewel R290, speelt daarin een grote rol.

Technisch biedt dat veel mogelijkheden, maar propaan is een brandbaar koudemiddel. Dat betekent dat er rondom een installatie rekening moet worden gehouden met veiligheidszones, ontstekingsbronnen en de manier waarop de installatie wordt opgebouwd.

Dat klinkt misschien spannend, maar juist hier is kennis essentieel.

Wanneer vooraf duidelijk is welke veiligheidsafstanden gelden en waar je bij ontwerp, installatie en onderhoud rekening mee moet houden, blijkt er veel mogelijk.

Ook op daken, bij bergingen en binnen seriematige woningbouwconcepten.

Nieuwe techniek vraagt om nieuwe kennis

De overstap naar natuurlijke koudemiddelen gaat daarom niet alleen over een ander type warmtepomp.

Ook installateurs en monteurs moeten mee.

Waar mag een automatische ontluchter worden geplaatst? Hoe ga je om met overdrukbeveiliging? Welke eisen gelden bij een hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit? Waar mag wel of geen ontstekingsbron aanwezig zijn?

Dat zijn geen details die je pas tijdens de montage wilt ontdekken.

Fabrikanten, leveranciers, adviseurs én installateurs hebben hierin allemaal een verantwoordelijkheid. Goede documentatie, trainingen en kennisoverdracht worden daarmee minstens zo belangrijk als het product zelf.

En precies daarom vind ik kennisoverdracht binnen onze sector zo belangrijk.

En dan hebben we nog netcongestie

We kunnen technisch steeds meer elektrificeren, maar ondertussen lopen we tegen een andere uitdaging aan: ons elektriciteitsnet.

Daarbij moeten we niet alleen kijken naar hoeveel elektriciteit we gedurende een heel jaar gebruiken. Vooral wanneer we die elektriciteit gebruiken wordt belangrijk.

Moet een elektrische auto bijvoorbeeld direct om 17.00 uur beginnen met laden, precies wanneer we gaan koken en veel andere huishoudens elektriciteit vragen?

Of kan dat ook midden in de nacht?

En moet een warmtepomp precies tijdens de avondpiek zijn boiler opwarmen? Of kun je dat moment slim verschuiven?

Met slimme regelingen, dynamische tarieven, load balancing en het verschuiven van verbruik kunnen we pieken verminderen zonder dat het comfort daar direct onder hoeft te lijden.

De warmtepomp wordt daarmee steeds meer een regelbaar onderdeel van een slim energiesysteem.

De warmtepomp van vandaag vraagt om het totaalplaatje

De techniek heeft in vijftien jaar enorme stappen gemaakt.

De vraag is niet meer alleen:

“Kan deze warmtepomp mijn gebouw verwarmen?”

We moeten ook vragen:

  • Past hij bij het gebruik van het gebouw?
  • Wat betekent hij voor BENG en MPG?
  • Welk koudemiddel wordt gebruikt?
  • Hoe zit het met veiligheid en geluid?
  • Hoe wordt de installatie geregeld?
  • En hoe voorkomen we onnodige belasting van het elektriciteitsnet?

Een goede warmtepomp selecteren is daarom één ding.

Een goede warmtepompinstallatie ontwerpen vraagt om kennis van het hele systeem.

In de podcast ga ik hierover uitgebreid in gesprek met Rudy Gevers. We bespreken de ontwikkeling van de afgelopen jaren, de veranderingen die eraan komen en vooral wat die in de praktijk betekenen voor ontwerpers, installateurs, adviseurs én gebruikers.

🎧 Bekijk of beluister de volledige podcast en praat met ons mee over de volgende stap in warmtepomptechniek. Via YouTube of via Spotify.

Wat verandert er rondom energielabels? Lees wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

2026 Podcast 7 Energielabels veranderen: wat betekent dit voor jouw woning of bedrijfspand?

By Algemeen

Een energielabel is allang niet meer het papiertje dat je voor een paar euro via internet kon regelen. Tegenwoordig wordt een woning of gebouw ter plaatse opgenomen, moeten gegevens worden onderbouwd en kan het complete dossier worden gecontroleerd.

Met de invoering van de eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV krijgt het energielabel bovendien een steeds belangrijkere rol. Niet alleen het energiegebruik telt mee. Ook CO₂-uitstoot, hernieuwbare energie en de route naar emissieloze gebouwen krijgen meer aandacht.

Maar wat verandert er precies? En wat betekent dit voor eigenaren van woningen en bedrijfspanden?

In mijn podcast ga ik hierover in gesprek met Marinus de Vries van Energieadvies Flevoland. Marinus werkt al bijna elf jaar met energielabels, energieadvies en audits. Samen bespreken we de ontwikkeling van het energielabel, de nieuwe regelgeving en de uitdagingen die nog voor ons liggen.

Van eenvoudig digitaal label naar uitgebreide gebouwopname

Voor 2021 konden woningeigenaren relatief eenvoudig een digitaal energielabel aanvragen. Op basis van een beperkt aantal gegevens en aangeleverde bewijsstukken werd een label vastgesteld. Goedkoop en snel, maar de kwaliteit en betrouwbaarheid lieten regelmatig te wensen over.

Sinds 2021 werkt Nederland met de NTA 8800. Deze methodiek geldt voor woningen én utiliteitsgebouwen. Een energieadviseur neemt het gebouw op locatie op, meet relevante onderdelen in en legt de bewijslast vast met onder andere foto’s en documentatie.

Dat dossier moet vervolgens vijftien jaar worden bewaard en kan tijdens een audit worden gecontroleerd. Een energielabel is dus zeker geen ‘wassen neus’ meer. Achter de letter op het label zit een uitgebreide, gecertificeerde berekening.

Waarom vierkante meters niet altijd overeenkomen

Bij bedrijfspanden ontstaat regelmatig verwarring over het aantal vierkante meters dat op het energielabel staat. Dit oppervlak kan afwijken van het BAG-register of een NEN-meting.

Dat komt doordat bij het energielabel alleen de ruimten worden meegenomen die binnen de thermische zone en de betreffende gebruiksfunctie vallen. Een productiehal of industriefunctie valt bijvoorbeeld buiten de berekening, terwijl het bijbehorende kantoor wel kan meetellen.

Een bedrijfspand van 6.000 m² kan daardoor een energielabel hebben waarop slechts 1.000 m² kantooroppervlak vermeld staat. Ook technische ruimten, opslagruimten en onverwarmde delen kunnen buiten de berekening vallen.

Het verschil hoeft dus niet te betekenen dat het energielabel onjuist is. Wel is het belangrijk dat de adviseur de gebruiksfuncties en gebouwgrenzen correct bepaalt.

Welke gebouwen zijn labelplichtig?

Voor woningen is de labelplicht inmiddels bij de meeste mensen bekend. Bij utiliteitsgebouwen ligt het soms ingewikkelder.

Kantoren, winkels, showrooms en andere utiliteitsgebouwen moeten in veel gevallen over een geldig energielabel beschikken. Voor kantoren geldt daarnaast al enige tijd de verplichting om minimaal energielabel C te hebben.

Bij een kantoor dat onderdeel is van een groter productie- of bedrijfsgebouw, wordt gekeken naar de verhouding tussen de verschillende functies. Is het kantoor slechts een klein onderdeel van het totale pand, dan kan een uitzondering gelden. Bij een groter aandeel kantooroppervlak kan het gebouw alsnog labelplichtig zijn.

Juist bij gemengde bedrijfspanden is het daarom verstandig om dit vooraf goed te laten beoordelen. Aannemen dat een label niet nodig is, kan later bij verhuur, verkoop of controle voor vervelende verrassingen zorgen.

Ook monumenten krijgen met het energielabel te maken

Een belangrijke wijziging is dat monumentale gebouwen niet langer automatisch zijn uitgezonderd van de labelplicht.

Dat maakt de situatie interessant én ingewikkeld. Bij monumenten mogen gevels, kozijnen en beglazing vaak niet zomaar worden aangepast. Een monument kan daardoor wel een energielabel krijgen, terwijl de mogelijkheden om het label te verbeteren beperkt zijn.

Voor gebouwen of gebouwdelen die worden gebruikt voor religieuze diensten blijven uitzonderingen bestaan. Wordt een voormalig klooster of kerk echter gebruikt als congrescentrum, kantoor of logiesgebouw, dan kan dat gedeelte wel labelplichtig zijn.

Een labelplicht betekent overigens niet automatisch dat ieder monument direct naar label C moet. De gebruiksfunctie en geldende uitzonderingen blijven bepalend.

Het energielabel wordt steeds meer een nulmeting

De nieuwe Europese regelgeving stuurt nadrukkelijker op emissieloze gebouwen. Daarbij wordt niet alleen naar energiegebruik gekeken, maar ook naar CO₂, stikstof en fijnstof.

Voor een energieadviseur blijft de basis hetzelfde: het gebouw wordt opgenomen zoals het er op dat moment bij staat. Het energielabel is daarmee vooral een nulmeting. Het laat zien hoe het gebouw energetisch presteert en waar verbeteringen mogelijk zijn.

Dat betekent niet dat een adviseur ieder gebouw tijdens de opname direct emissieloos moet maken. Het label geeft inzicht. Vervolgens is het aan de eigenaar, eventueel samen met een verduurzamingsadviseur, om de juiste maatregelen en volgorde te bepalen.

Isoleren blijft de eerste logische stap

Wie het energielabel wil verbeteren, denkt misschien meteen aan een warmtepomp, zonnepanelen of batterijopslag. Toch begint een goede verduurzaming meestal nog steeds bij het beperken van de energievraag.

Dak-, gevel- en vloerisolatie en beter glas kunnen het energiegebruik verlagen en tegelijkertijd het comfort verbeteren. Daarbij is het belangrijk om realistisch te blijven. Alleen het vervangen van dubbel glas door HR++- of triple glas levert niet automatisch twee labelsprongen op.

Het effect hangt af van het hele gebouw: de isolatie, installaties, ventilatie, verwarming, koeling en eigen energieopwekking werken samen.

Een goed energielabel vraagt daarom om meer dan één losse maatregel. Het vraagt om een totaalbeeld en een plan dat past bij het gebouw en het gebruik ervan.

Zonnepanelen en batterijopslag worden belangrijker

Door de grotere aandacht voor hernieuwbare energie blijven zonnepanelen relevant. Ook batterijopslag krijgt een duidelijkere plek binnen het energielabel. Een batterij met voldoende opslagcapaciteit kan een positief effect hebben en wordt zichtbaar op het label.

Dat is een interessante ontwikkeling. Tot nu toe wordt een batterij vooral beoordeeld op het directe financiële voordeel voor de eigenaar. Wanneer opslag ook invloed heeft op de energieprestatie van het gebouw, kan de investering eveneens interessant worden voor de vastgoedwaarde.

Toch blijft het belangrijk om eerst naar het totale energiesysteem te kijken. Een batterij plaatsen zonder inzicht in verbruik, opwekking en piekbelasting is zelden de beste eerste stap.

De verantwoordelijkheid van de energieadviseur wordt groter

Een energieadviseur kan in de software voor bepaalde gebouwonderdelen een standaardwaarde of ‘onbekend’ invoeren. Dat betekent echter niet dat alles zonder verder onderzoek als onbekend mag worden aangemerkt.

Wanneer isolatie, beglazing of een installatie redelijkerwijs gecontroleerd kan worden, moet de adviseur dat ook doen. Soms betekent dit een vloerluik openen, in de spouw kijken of aanvullende documentatie opvragen.

Tegelijkertijd worden de eisen voor adviseurs strenger. De toegestane afwijkingen worden kleiner en bij kritieke fouten kunnen zogenoemde gele vlaggen worden geregistreerd. Bij herhaling kan dit zelfs gevolgen hebben voor de bevoegdheid van de adviseur.

Kwaliteit is belangrijk, maar de regels moeten wel uitvoerbaar blijven. Zeker in een markt waarin gekwalificeerde energieadviseurs hard nodig zijn.

Het label alleen vertelt niet het hele verhaal

Een energielabel wordt berekend op basis van een gestandaardiseerd gebruik. Het daadwerkelijke energieverbruik van de huidige bewoner of gebruiker wordt niet één op één meegenomen.

Dat is logisch. De ene bewoner verwarmt iedere ruimte, terwijl een ander een deel van het jaar in het buitenland verblijft. Het gebouw blijft hetzelfde, maar het energiegebruik verschilt enorm.

Wie wil weten welke verduurzamingsmaatregelen passen bij het werkelijke gebruik, heeft daarom meer nodig dan alleen een energielabel. Een maatwerkadvies kijkt ook naar het actuele verbruik, de wensen van de gebruiker en de haalbaarheid van maatregelen. In de toekomst krijgt ook het renovatiepaspoort hierin waarschijnlijk een grotere rol.

De grootste veranderingen moeten nog komen

De eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV zijn relatief beperkt. Toch is dit pas het begin. De komende jaren volgen nieuwe stappen, waaronder minimumeisen voor utiliteitsgebouwen en de verdere ontwikkeling richting emissieloze nieuwbouw.

Ook de vertrouwde plusjes achter energielabel A gaan op termijn verdwijnen. Daarvoor komt een nieuwe indeling terug, waarbij A0 staat voor een emissieloos gebouw.

De richting is duidelijk. De manier waarop we er moeten komen, is dat nog niet op alle onderdelen.

Juist daarom is het belangrijk om nu al verder te kijken dan de letter op het energielabel. Wat zegt het label werkelijk over jouw gebouw? Welke maatregelen zijn technisch verstandig? En in welke volgorde kun je deze het beste uitvoeren?

Eerst inzicht, daarna gericht verduurzamen

Een energielabel is een goed vertrekpunt, maar geen compleet verduurzamingsplan. Wie alleen probeert een betere letter te behalen, kan investeren in maatregelen die op papier goed scoren, maar in de praktijk niet optimaal aansluiten op het gebouw.

Door het energielabel te combineren met kennis van bouwkundige onderdelen, installaties en werkelijk gebruik ontstaat een veel bruikbaarder plan.

In de podcast bespreek ik samen met Marinus de Vries hoe energielabels worden vastgesteld, welke gebouwen labelplichtig zijn en wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

Wil je weten wat jouw energielabel daadwerkelijk zegt en welke vervolgstappen verstandig zijn? Beluister of bekijk dan de volledige podcast. Heb je daarna vragen over het verduurzamen van jouw vastgoed? Neem gerust contact met mij op. Dan kijken we verder dan alleen de letter op het label.

Bekijk / luister de podcast:

YouTube of via Spotify