Skip to main content
Category

Algemeen

Wat betekenen EPBD4 en GACS voor gebouweigenaren? Wim Meijer bespreekt met Erik Verdoes de verplichtingen, energiebesparing en praktische aanpak.

EPBD4 en GACS: wat betekent de nieuwe regelgeving voor gebouweigenaren?

By Algemeen

De regelgeving rondom de verduurzaming van gebouwen verandert. Met de komst van EPBD4 en de aangescherpte eisen rondom GACS krijgen steeds meer gebouweigenaren te maken met nieuwe verplichtingen. Maar waar begin je? En hoe voorkom je dat je investeert in installaties die over een paar jaar alweer achterhaald zijn?

In de tiende aflevering van mijn podcast ga ik hierover in gesprek met Erik Verdoes, werkzaam bij WFS Advies in Nijkerk. Erik heeft een brede achtergrond in de installatietechniek, houdt zich bezig met inspecties, advies en wet- en regelgeving en verzorgt daarnaast technische opleidingen.

Samen bespreken we de ontwikkeling van de Europese regelgeving, de gevolgen voor bestaande gebouwen en vooral hoe gebouweigenaren zich hierop kunnen voorbereiden.

Van EPBD1 naar EPBD4: steeds hogere eisen aan gebouwen

De Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) is een Europese richtlijn die gericht is op het verbeteren van de energieprestaties van gebouwen.

De eerste EPBD werd in 2002 geïntroduceerd. Sindsdien is de regelgeving steeds verder ontwikkeld.

Waar de eerste versies vooral gericht waren op energieprestaties bij het ontwerpen van gebouwen, kwam met EPBD3 meer aandacht voor de daadwerkelijke werking en efficiëntie van installaties.

Met EPBD4 wordt opnieuw een grote stap gezet.

Niet alleen de energieprestatie telt, maar ook de manier waarop gebouwen worden beheerd, installaties samenwerken en energieverbruik wordt gemonitord.

En dat heeft gevolgen voor zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

GACS: van periodiek keuren naar continu monitoren

Een belangrijk onderwerp binnen deze podcast is GACS: Gebouwautomatiserings- en Controlesystemen.

Waar voorheen periodieke inspecties een belangrijk middel waren om de werking van installaties te beoordelen, verschuift de aandacht steeds meer naar continue monitoring.

Een GACS kan inzicht geven in het functioneren van klimaatinstallaties en helpen om onnodig energieverbruik te signaleren.

Erik geeft een praktisch voorbeeld.

Stel dat een gebouw beschikt over zonwering en een koelinstallatie. Wanneer de zonwering niet tijdig wordt gebruikt, moet de koelinstallatie mogelijk harder werken dan noodzakelijk.

Door installaties beter op elkaar af te stemmen, kan energie worden bespaard zonder dat daarvoor direct een compleet nieuwe installatie nodig is.

Een gebouwbeheersysteem is daarbij niet automatisch een GACS. Het gaat niet alleen om het aansturen van installaties, maar ook om het controleren, analyseren en verbeteren van hun prestaties.

Van 290 kW naar 70 kW: een grote verandering

Tijdens ons gesprek staan we uitgebreid stil bij de vermogensgrenzen voor de GACS-verplichting.

De verplichting voor grotere klimaatinstallaties met een vermogen van meer dan 290 kW wordt richting 2030 uitgebreid naar gebouwen met een lager opgesteld vermogen, vanaf 70 kW.

Hierdoor krijgen veel meer utiliteitsgebouwen met deze regelgeving te maken.

Denk aan kantoorgebouwen, bedrijfspanden en gebouwen waarin verschillende gebruikers en installaties aanwezig zijn.

Juist bij deze gebouwen kan het ingewikkeld zijn om vast te stellen welke installaties moeten worden meegenomen en hoe de verschillende systemen met elkaar kunnen samenwerken.

Een inspectierapport is pas waardevol als je er iets mee doet

Een onderwerp dat mij persoonlijk bezighoudt, is de opvolging van inspecties.

In de afgelopen jaren heb ik honderden gebouwen mogen inspecteren. Wat mij daarbij regelmatig opviel, was dat aanbevelingen uit eerdere rapportages nauwelijks werden opgepakt.

En dat is jammer.

Want juist het optimaliseren van bestaande installaties kan interessante energiebesparingen opleveren.

Zo bespreek ik in deze aflevering een project waarbij de regeltechniek van een bestaande koel- en vriesinstallatie werd vervangen. Binnen een half jaar zagen we een energiebesparing van ongeveer 10 tot 15%.

Zonder de volledige installatie te vervangen.

Dat laat zien dat verduurzamen niet altijd betekent dat er direct nieuwe apparatuur aangeschaft moet worden.

Soms begint de grootste verbetering bij de installaties die er al staan.

Begin met een nulmeting en maak een meerjarenplan

Een belangrijke conclusie uit ons gesprek is dat gebouweigenaren niet direct alle investeringen hoeven uit te voeren.

Maar je moet wel weten waar je staat.

Welke installaties zijn aanwezig? Wat is hun technische conditie? Welke wettelijke verplichtingen gelden? En welke investeringen zijn de komende jaren noodzakelijk?

Met een nulmeting en een goed onderbouwd verduurzamingsplan kun je investeringen beter spreiden en aansluiten op natuurlijke vervangingsmomenten.

Daarbij kunnen instrumenten zoals een NEN 2767-conditiemeting en een verduurzamingspaspoort helpen om overzicht te creëren.

Zo voorkom je dat je vandaag investeert in een oplossing die morgen niet meer past bij de toekomst van je gebouw.

Verduurzamen vraagt om samenwerking

Een ander belangrijk punt dat Erik benadrukt, is de samenwerking tussen gebouweigenaren, adviseurs en installateurs.

De installateur kent de technische installaties en zorgt voor de uitvoering. De adviseur helpt bij het vertalen van regelgeving naar praktische maatregelen. En de gebouweigenaar moet bepalen welke koers hij met zijn vastgoed wil volgen.

Verduurzaming is daarmee geen eenmalige investering, maar een proces waarin techniek, wetgeving, financiën en toekomstplannen samenkomen.

Wacht niet tot de regelgeving je inhaalt

De belangrijkste boodschap van deze podcast?

Begin met inzicht krijgen in je gebouw.

Je hoeft niet alles morgen gerealiseerd te hebben, maar afwachten totdat een toezichthouder aanklopt, is geen verstandige strategie.

Door nu te onderzoeken waar je staat, kun je onderbouwde keuzes maken, investeringen plannen en werken aan een toekomstbestendig gebouw.

🎙️ Beluister de volledige podcast op YouTube of op Spotify!

In deze aflevering bespreken Erik en ik onder andere de ontwikkeling van EPBD1 tot EPBD4, de GACS-verplichting, de rol van monitoring, energiebesparing en de praktische uitdagingen voor gebouweigenaren.

Wil je weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor jouw gebouw?

Neem gerust contact met mij op. Ik denk graag met je mee over een praktische en haalbare aanpak voor de verduurzaming van jouw vastgoed.

Verbouwing De Buddingehof waar ik als installatieadviseur betrokken ben

Een toekomstbestendig gebouw begint bij de juiste keuzes achter de schermen

By Algemeen

Een gebouw verbouwen is één ding. Maar hoe zorg je ervoor dat het ook klaar is voor de toekomst?

In Ruinerwold wordt gewerkt aan de verbouwing van De Buddingehof. Een mooi project waarbij ik vanuit Meijer Verduurzaamt betrokken ben als installatieadviseur.

Bij een verbouwing draait het niet alleen om wat je aan de buitenkant ziet. Juist achter de schermen worden belangrijke keuzes gemaakt.

Denk aan verwarming, ventilatie, energieverbruik en een comfortabel binnenklimaat.

Want hoe zorg je ervoor dat de installaties niet alleen passen bij het gebouw van vandaag, maar ook bij het gebruik van morgen?

💡 Daar ligt mijn rol als installatieadviseur.

Meedenken, adviseren en kijken naar slimme, toekomstbestendige oplossingen. Niet zomaar kiezen voor een installatie, maar onderzoeken wat écht past bij het gebouw en de gebruikers.

Mooi om vanuit mijn expertise een bijdrage te mogen leveren aan de toekomst van De Buddingehof in Ruinerwold!

👉 Heb jij ook plannen om een bestaand gebouw te verbouwen of te verduurzamen? Ik denk graag met je mee. Juist in de voorbereidingsfase valt er veel winst te behalen.

Wim Meijer | Meijer Verduurzaamt

#MeijerVerduurzaamt #Installatieadvies #Verduurzaming #DeBuddingehof #Ruinerwold #DuurzaamBouwen #Binnenklimaat

Meijer Verduurzaamt is werkzaam vanuit het kantoor in Meppel

Alweer bijna twee maanden op mijn nieuwe plek!

By Algemeen

De tijd vliegt. Inmiddels werk ik alweer bijna twee maanden vanuit mijn nieuwe kantoor in Meppel. En ik kan wel zeggen: deze plek bevalt uitstekend.

Een eigen kantoor waar ik rustig kan werken, maar waar ook voldoende ruimte is om mensen te ontvangen. Want juist die gesprekken aan tafel – over verduurzaming, techniek, kennis en nieuwe ideeën – zijn een belangrijk onderdeel van mijn werk.

Binnen heb ik inmiddels een fijne werkplek ingericht met twee grote bureaus, een tafel voor overleg én een bank voor een gesprek met een goede kop koffie erbij.

En ook aan de buitenkant is het nu compleet. Het reclamebord hangt, dus je hoeft niet meer te zoeken welke kantoorunit van Meijer Verduurzaamt is. 😉

Na bijna twee maanden wordt het dus tijd om eens te laten zien waar ik tegenwoordig werk.

Ben je in de buurt? Je bent van harte welkom om eens binnen te lopen. De koffie staat klaar. ☕

Wim Meijer | Meijer Verduurzaamt

Samen werken aan praktische en toekomstbestendige verduurzaming.

#MeijerVerduurzaamt #Verduurzaming #Meppel #Duurzaamheid #Energietransitie #Kennisdelen

Meijer Verduurzaamt is werkzaam vanuit het kantoor in Meppel Meijer Verduurzaamt is werkzaam vanuit het kantoor in Meppel

 

Hoe maken we klimaatinstallaties écht toekomstbestendig? Wim Meijer bespreekt energiemonitoring, netcongestie, regeltechniek en slimme verduurzaming.

2026 Podcast 9 Klimaatinstallaties van de toekomst: meten, sturen en vooral slim samenwerken

By Algemeen

Een klimaatinstallatie was vroeger relatief overzichtelijk. Een gebouw moest verwarmd worden, gekoeld worden en voldoende verse lucht krijgen. Je maakte een berekening, koos een installatie en ging aan de slag.

Maar die tijd ligt achter ons.

Een klimaatinstallatie staat tegenwoordig niet meer op zichzelf. Warmtepompen, zonnepanelen, batterijen, energiemanagement, netcongestie, gebouwbeheersystemen, koudemiddelen en steeds strengere eisen grijpen allemaal in elkaar.

In deze podcast ga ik in gesprek met Raymond Nijhuis, business developer en al ruim 30 jaar actief in de klimaattechniek. We kennen elkaar al sinds 2003 en juist daarom is het interessant om terug én vooruit te kijken.

Want wat is er in ruim twintig jaar veranderd?

Van klimaatinstallatie naar intelligent energiesysteem

Ruim twintig jaar geleden waren warmtepompsystemen nog iets waarmee je moest pionieren. Inmiddels is de warmtepomp niet meer weg te denken uit de verduurzaming van gebouwen.

Maar tegelijkertijd is de uitdaging veel groter geworden.

Het gaat niet meer alleen om de vraag:

Hoe krijgen we dit gebouw warm of koel?

We moeten ook nadenken over:

  • hoeveel elektrisch vermogen beschikbaar is;
  • hoe we omgaan met netcongestie;
  • wanneer energie wordt opgewekt en verbruikt;
  • hoe installaties met elkaar communiceren;
  • welk koudemiddel toekomstbestendig is;
  • hoe we het werkelijke energieverbruik monitoren;
  • en hoe we installaties gedurende hun levensduur optimaal laten functioneren.

De klimaatinstallatie wordt daarmee onderdeel van een veel groter energiesysteem.

Netcongestie vraagt om slimmer ontwerpen

Een mooi voorbeeld uit de podcast is een gezondheidscentrum waarbij slechts een beperkte elektriciteitsaansluiting beschikbaar was.

Je kunt dan wachten op een zwaardere aansluiting. Maar als dat enkele jaren duurt, kun je ook kijken naar wat er binnen de bestaande aansluiting mogelijk is.

Door klimaatinstallaties, zonnepanelen en een energiemanagementsysteem slim te combineren, kan continu worden gemeten én gestuurd. Zo kan het gebouw binnen het beschikbare gecontracteerde vermogen blijven.

Dat is wat mij betreft precies waar we naartoe moeten.

Niet automatisch méér vermogen vragen, maar eerst onderzoeken hoe we het beschikbare vermogen slimmer kunnen benutten.

Meten is weten. Maar dan moet je wel iets met die data doen

Energiemonitoring loopt als een rode draad door ons gesprek.

We hebben jarenlang gebouwen ontworpen op basis van theoretische berekeningen. Maar uiteindelijk telt wat een gebouw in de praktijk werkelijk verbruikt.

Daarvoor heb je data nodig.

En niet alleen een totaalverbruik uit de slimme meter. Juist door installaties en componenten afzonderlijk te monitoren, zie je waar energie wordt gebruikt, waar afwijkingen ontstaan en waar installaties niet functioneren zoals bedoeld.

Met cloudmonitoring en gebouwbeheersystemen kunnen bovendien storingen of afwijkingen vroeg worden gesignaleerd. Soms zelfs voordat de gebruiker merkt dat er iets aan de hand is.

Dat kan onnodige ritten van servicemonteurs voorkomen en maakt onderhoud veel gerichter.

Maar data verzamelen alleen is niet genoeg.

De echte waarde ontstaat wanneer je die data analyseert en gebruikt om de installatie beter te laten functioneren.

Een goede installatie kan door slechte regeling alsnog slecht presteren

Dat is misschien wel één van de belangrijkste onderwerpen uit ons gesprek.

Je kunt technisch een prachtige installatie ontwerpen en installeren. Maar wanneer de regeltechniek niet aansluit bij de manier waarop het gebouw moet functioneren, gaat het alsnog mis.

Ik kom in bestaande gebouwen regelmatig bijzondere situaties tegen.

Een installatie die midden in de zomer nog staat te verwarmen. Vloerverwarming die iedere avond volledig wordt uitgeschakeld en ’s morgens opnieuw moet opstarten. Of systemen die technisch blijven draaien, maar ondertussen niet zorgen voor het gewenste comfort of energiegebruik.

Daarom is een goede regelstrategie zo belangrijk.

Niet alleen beschrijven wat er geïnstalleerd moet worden, maar ook vastleggen hoe alle onderdelen samen moeten functioneren.

De programmeur, installateur, leverancier, adviseur én gebruiker moeten daarin samenwerken.

Koudemiddelen maken keuzes complexer

Ook koudemiddelen spelen een steeds grotere rol bij het ontwerpen van klimaatinstallaties.

Welke installatie vandaag technisch uitstekend functioneert, moet ook over tien of vijftien jaar nog onderhouden kunnen worden.

Tegelijkertijd verandert de regelgeving en verschuift de markt steeds verder richting koudemiddelen met een lagere klimaatimpact en natuurlijke koudemiddelen zoals propaan en CO₂.

Maar ook daar bestaat niet één ideale oplossing.

Een natuurlijk koudemiddel kan andere veiligheidseisen stellen aan de locatie, installatie en monteurs. Tegelijkertijd spelen energie-efficiëntie, investeringskosten en beschikbaarheid van geschoold personeel mee.

Daarom moet je bij de keuze voor een installatie verder kijken dan de investering van vandaag.

Wat betekent deze keuze voor de volledige levensduur van het gebouw en de installatie?

Techniek wordt slimmer, maar houd het begrijpelijk

Gebouwen krijgen steeds meer intelligentie.

Energiemanagementsystemen, cloudmonitoring, gebouwbeheersystemen en straks steeds meer toepassingen met algoritmes en AI kunnen installaties automatisch analyseren en bijsturen.

Dat biedt enorme mogelijkheden.

Maar er zit ook een risico aan.

We kunnen systemen zó ingewikkeld maken dat uiteindelijk niemand meer begrijpt waarom een installatie doet wat hij doet.

En dat moeten we voorkomen.

Slimme techniek heeft alleen waarde wanneer deze functioneel, beheersbaar en begrijpelijk blijft voor de mensen die ermee moeten werken.

De techniek verandert. Kennis moet meegroeien

Nieuwe koudemiddelen, hogere drukken, brandbare koudemiddelen, energiemanagement, netcongestie en slimme regeltechniek vragen ook iets van de mensen in onze branche.

Monteurs moeten worden opgeleid. Programmeurs moeten begrijpen hoe een klimaatinstallatie hoort te functioneren. Adviseurs moeten nieuwe technieken kunnen beoordelen. En leveranciers en installateurs moeten hun kennis blijven delen.

Niemand kan alles weten.

Daarom wordt samenwerken steeds belangrijker.

Niet kennis voor jezelf houden, maar verschillende specialismen bij elkaar brengen om uiteindelijk tot een betere oplossing voor de opdrachtgever te komen.

Eerst goed doen wat we nu al kunnen

AI en verdere automatisering gaan de komende jaren ongetwijfeld een grotere rol spelen in gebouwen.

Maar misschien moeten we niet alleen kijken naar wat er straks allemaal mogelijk is.

Er ligt vandaag al een enorme kans.

Goed ontwerpen. Goed installeren. Een duidelijke regelstrategie maken. Werkelijk energieverbruik meten. Installaties monitoren. Data analyseren. En vervolgens blijven optimaliseren.

Want verduurzamen stopt niet bij het plaatsen van een warmtepomp.

Een duurzaam gebouw ontstaat pas wanneer techniek, data én mensen goed met elkaar samenwerken.

Wil je weten welke verduurzamingsmogelijkheden er voor jouw bestaande vastgoed zijn? Neem contact met mij op. Dan kijken we niet alleen naar de techniek, maar vooral naar een oplossing die past bij het gebouw, het gebruik én de toekomst.

Luister de podcast op YouTube via  of op Spotify via

Van BENG en MPG tot R290, bewonersgedrag en netcongestie. Wim Meijer en Rudy Gevers bespreken de nieuwe eisen aan warmtepompen.

2026 Podcast 8 Warmtepompen: van ‘als hij maar verwarmt’ naar een compleet energiesysteem

By Algemeen

Vijftien jaar geleden was de belangrijkste vraag bij een warmtepomp eigenlijk vrij simpel: doet hij het ook als het buiten écht koud wordt?

Inmiddels weten we dat antwoord.

Ja, een warmtepomp kan een woning prima verwarmen, warm tapwater maken én in de zomer voor koeling zorgen. Het vertrouwen in de techniek is gegroeid en de warmtepomp heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig alternatief voor de cv-ketel.

Maar daarmee zijn we er niet.

Sterker nog: de eisen die we vandaag aan een warmtepomp stellen, gaan veel verder dan alleen verwarmen.

In deze podcast ga ik in gesprek met Rudy Gevers van Alklima over de ontwikkelingen in de warmtepomptechniek. Van BENG en MPG tot natuurlijke koudemiddelen, bewonersgedrag, seriematige woningbouw en netcongestie.

Van ‘als hij maar werkt’ naar veel meer eisen

Toen warmtepompen zo’n tien tot vijftien jaar geleden op grotere schaal hun intrede deden in de woningbouw, moest de techniek zich nog bewijzen.

  • Werkt hij bij -10 °C?
  • Kan hij voldoende warm tapwater maken?
  • Blijft de woning comfortabel?
  • Kunnen we er ook mee koelen?

Die fase zijn we inmiddels grotendeels voorbij.

Tegenwoordig kijken we naar een veel breder plaatje. Een warmtepomp moet niet alleen goed functioneren, maar ook bijdragen aan de energieprestatie van een gebouw, een zo laag mogelijke milieu-impact hebben, voldoen aan geluidseisen, slim aangestuurd kunnen worden én passen binnen de beschikbare capaciteit van ons elektriciteitsnet.

Kort gezegd: de warmtepomp is onderdeel geworden van het totale energiesysteem van een gebouw.

BENG én MPG: energieverbruik is maar één kant van het verhaal

Bij nieuwbouw spelen onder andere BENG en MPG een belangrijke rol.

Bij BENG kijken we naar de energieprestatie van een gebouw. Goede isolatie, zonnepanelen, warmteterugwinning en een efficiënte warmtepomp dragen eraan bij dat een gebouw zo weinig mogelijk energie nodig heeft.

Maar alleen naar energieverbruik kijken is niet meer voldoende.

Met de MPG kijken we ook naar de milieubelasting van de materialen die worden gebruikt. Waar komen grondstoffen vandaan? Hoeveel energie kost de productie? Hoe lang gaat een product mee? En wat gebeurt ermee aan het einde van zijn levensduur?

Daarmee ontstaat een interessante ontwikkeling.

Een installatie kan tijdens het gebruik heel energiezuinig zijn, maar we moeten óók kijken naar de impact die nodig was om die installatie überhaupt te produceren.

Juist de balans tussen die verschillende prestaties wordt steeds belangrijker.

De grootste variabele? De bewoner

Je kunt een woning doorrekenen. Je kunt een warmtepomp selecteren. Je kunt het benodigde vermogen bepalen en berekenen hoeveel warm tapwater beschikbaar moet zijn.

En dan komt de praktijk.

Want één van de belangrijkste variabelen laat zich lastig in een berekening stoppen: de bewoner.

De één staat drie minuten onder de douche, de ander twintig minuten. De één vindt 19 graden comfortabel, de ander zet de thermostaat standaard op 22 graden.

Dat heeft enorme invloed op het uiteindelijke energieverbruik.

Zeker in bestaande woningen vind ik daarom dat je niet alleen naar vierkante meters en transmissieberekeningen moet kijken. Een adviseur of installateur moet óók vragen hoe een woning daadwerkelijk gebruikt wordt.

  • Hoeveel mensen wonen er?
  • Hoe wordt er gedoucht?
  • Welke temperatuur vinden bewoners comfortabel?
  • Hoe wordt de woning gedurende de dag gebruikt?

Een technisch goede installatie begint met begrijpen voor wie je hem ontwerpt.

Seriematige woningbouw vraagt om standaardisatie

Bij seriematige woningbouw werkt dat anders.

Daar kun je niet voor iedere toekomstige bewoner een volledig individuele installatie ontwerpen. Daarom worden concepten ontwikkeld waarin bouwkundige aannemer, installateur, adviseur en fabrikant gezamenlijk afspraken maken.

  • Waar komt de buitenunit?
  • Hoe lopen de leidingen?
  • Welke boiler wordt standaard toegepast?
  • Welke opties krijgt een koper?
  • Hoe voldoen we aan de geluidseisen?
  • En hoe scoren we binnen BENG en MPG?

Het grote voordeel is dat je niet voor ieder nieuw project opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.

Een goed ontwikkeld concept kan steeds opnieuw worden toegepast en verbeterd. Dat levert niet alleen snelheid en lagere kosten op, maar ook een veel constantere kwaliteit.

En die ontwikkeling is hard gegaan. In relatief korte tijd is de woningbouw overgeschakeld van bouwen met een traditionele cv-installatie naar grootschalig gasloos bouwen.

2027: een volgende verandering voor koudemiddelen

Een andere grote ontwikkeling is de overstap naar natuurlijke koudemiddelen.

Door de herziene Europese F-gassenverordening veranderen de eisen aan koudemiddelen. Voor een deel van de lucht-waterwarmtepompen betekent dit vanaf 2027 een belangrijke omslag.

Propaan, oftewel R290, speelt daarin een grote rol.

Technisch biedt dat veel mogelijkheden, maar propaan is een brandbaar koudemiddel. Dat betekent dat er rondom een installatie rekening moet worden gehouden met veiligheidszones, ontstekingsbronnen en de manier waarop de installatie wordt opgebouwd.

Dat klinkt misschien spannend, maar juist hier is kennis essentieel.

Wanneer vooraf duidelijk is welke veiligheidsafstanden gelden en waar je bij ontwerp, installatie en onderhoud rekening mee moet houden, blijkt er veel mogelijk.

Ook op daken, bij bergingen en binnen seriematige woningbouwconcepten.

Nieuwe techniek vraagt om nieuwe kennis

De overstap naar natuurlijke koudemiddelen gaat daarom niet alleen over een ander type warmtepomp.

Ook installateurs en monteurs moeten mee.

Waar mag een automatische ontluchter worden geplaatst? Hoe ga je om met overdrukbeveiliging? Welke eisen gelden bij een hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit? Waar mag wel of geen ontstekingsbron aanwezig zijn?

Dat zijn geen details die je pas tijdens de montage wilt ontdekken.

Fabrikanten, leveranciers, adviseurs én installateurs hebben hierin allemaal een verantwoordelijkheid. Goede documentatie, trainingen en kennisoverdracht worden daarmee minstens zo belangrijk als het product zelf.

En precies daarom vind ik kennisoverdracht binnen onze sector zo belangrijk.

En dan hebben we nog netcongestie

We kunnen technisch steeds meer elektrificeren, maar ondertussen lopen we tegen een andere uitdaging aan: ons elektriciteitsnet.

Daarbij moeten we niet alleen kijken naar hoeveel elektriciteit we gedurende een heel jaar gebruiken. Vooral wanneer we die elektriciteit gebruiken wordt belangrijk.

Moet een elektrische auto bijvoorbeeld direct om 17.00 uur beginnen met laden, precies wanneer we gaan koken en veel andere huishoudens elektriciteit vragen?

Of kan dat ook midden in de nacht?

En moet een warmtepomp precies tijdens de avondpiek zijn boiler opwarmen? Of kun je dat moment slim verschuiven?

Met slimme regelingen, dynamische tarieven, load balancing en het verschuiven van verbruik kunnen we pieken verminderen zonder dat het comfort daar direct onder hoeft te lijden.

De warmtepomp wordt daarmee steeds meer een regelbaar onderdeel van een slim energiesysteem.

De warmtepomp van vandaag vraagt om het totaalplaatje

De techniek heeft in vijftien jaar enorme stappen gemaakt.

De vraag is niet meer alleen:

“Kan deze warmtepomp mijn gebouw verwarmen?”

We moeten ook vragen:

  • Past hij bij het gebruik van het gebouw?
  • Wat betekent hij voor BENG en MPG?
  • Welk koudemiddel wordt gebruikt?
  • Hoe zit het met veiligheid en geluid?
  • Hoe wordt de installatie geregeld?
  • En hoe voorkomen we onnodige belasting van het elektriciteitsnet?

Een goede warmtepomp selecteren is daarom één ding.

Een goede warmtepompinstallatie ontwerpen vraagt om kennis van het hele systeem.

In de podcast ga ik hierover uitgebreid in gesprek met Rudy Gevers. We bespreken de ontwikkeling van de afgelopen jaren, de veranderingen die eraan komen en vooral wat die in de praktijk betekenen voor ontwerpers, installateurs, adviseurs én gebruikers.

🎧 Bekijk of beluister de volledige podcast en praat met ons mee over de volgende stap in warmtepomptechniek. Via YouTube of via Spotify.

Wat verandert er rondom energielabels? Lees wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

2026 Podcast 7 Energielabels veranderen: wat betekent dit voor jouw woning of bedrijfspand?

By Algemeen

Een energielabel is allang niet meer het papiertje dat je voor een paar euro via internet kon regelen. Tegenwoordig wordt een woning of gebouw ter plaatse opgenomen, moeten gegevens worden onderbouwd en kan het complete dossier worden gecontroleerd.

Met de invoering van de eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV krijgt het energielabel bovendien een steeds belangrijkere rol. Niet alleen het energiegebruik telt mee. Ook CO₂-uitstoot, hernieuwbare energie en de route naar emissieloze gebouwen krijgen meer aandacht.

Maar wat verandert er precies? En wat betekent dit voor eigenaren van woningen en bedrijfspanden?

In mijn podcast ga ik hierover in gesprek met Marinus de Vries van Energieadvies Flevoland. Marinus werkt al bijna elf jaar met energielabels, energieadvies en audits. Samen bespreken we de ontwikkeling van het energielabel, de nieuwe regelgeving en de uitdagingen die nog voor ons liggen.

Van eenvoudig digitaal label naar uitgebreide gebouwopname

Voor 2021 konden woningeigenaren relatief eenvoudig een digitaal energielabel aanvragen. Op basis van een beperkt aantal gegevens en aangeleverde bewijsstukken werd een label vastgesteld. Goedkoop en snel, maar de kwaliteit en betrouwbaarheid lieten regelmatig te wensen over.

Sinds 2021 werkt Nederland met de NTA 8800. Deze methodiek geldt voor woningen én utiliteitsgebouwen. Een energieadviseur neemt het gebouw op locatie op, meet relevante onderdelen in en legt de bewijslast vast met onder andere foto’s en documentatie.

Dat dossier moet vervolgens vijftien jaar worden bewaard en kan tijdens een audit worden gecontroleerd. Een energielabel is dus zeker geen ‘wassen neus’ meer. Achter de letter op het label zit een uitgebreide, gecertificeerde berekening.

Waarom vierkante meters niet altijd overeenkomen

Bij bedrijfspanden ontstaat regelmatig verwarring over het aantal vierkante meters dat op het energielabel staat. Dit oppervlak kan afwijken van het BAG-register of een NEN-meting.

Dat komt doordat bij het energielabel alleen de ruimten worden meegenomen die binnen de thermische zone en de betreffende gebruiksfunctie vallen. Een productiehal of industriefunctie valt bijvoorbeeld buiten de berekening, terwijl het bijbehorende kantoor wel kan meetellen.

Een bedrijfspand van 6.000 m² kan daardoor een energielabel hebben waarop slechts 1.000 m² kantooroppervlak vermeld staat. Ook technische ruimten, opslagruimten en onverwarmde delen kunnen buiten de berekening vallen.

Het verschil hoeft dus niet te betekenen dat het energielabel onjuist is. Wel is het belangrijk dat de adviseur de gebruiksfuncties en gebouwgrenzen correct bepaalt.

Welke gebouwen zijn labelplichtig?

Voor woningen is de labelplicht inmiddels bij de meeste mensen bekend. Bij utiliteitsgebouwen ligt het soms ingewikkelder.

Kantoren, winkels, showrooms en andere utiliteitsgebouwen moeten in veel gevallen over een geldig energielabel beschikken. Voor kantoren geldt daarnaast al enige tijd de verplichting om minimaal energielabel C te hebben.

Bij een kantoor dat onderdeel is van een groter productie- of bedrijfsgebouw, wordt gekeken naar de verhouding tussen de verschillende functies. Is het kantoor slechts een klein onderdeel van het totale pand, dan kan een uitzondering gelden. Bij een groter aandeel kantooroppervlak kan het gebouw alsnog labelplichtig zijn.

Juist bij gemengde bedrijfspanden is het daarom verstandig om dit vooraf goed te laten beoordelen. Aannemen dat een label niet nodig is, kan later bij verhuur, verkoop of controle voor vervelende verrassingen zorgen.

Ook monumenten krijgen met het energielabel te maken

Een belangrijke wijziging is dat monumentale gebouwen niet langer automatisch zijn uitgezonderd van de labelplicht.

Dat maakt de situatie interessant én ingewikkeld. Bij monumenten mogen gevels, kozijnen en beglazing vaak niet zomaar worden aangepast. Een monument kan daardoor wel een energielabel krijgen, terwijl de mogelijkheden om het label te verbeteren beperkt zijn.

Voor gebouwen of gebouwdelen die worden gebruikt voor religieuze diensten blijven uitzonderingen bestaan. Wordt een voormalig klooster of kerk echter gebruikt als congrescentrum, kantoor of logiesgebouw, dan kan dat gedeelte wel labelplichtig zijn.

Een labelplicht betekent overigens niet automatisch dat ieder monument direct naar label C moet. De gebruiksfunctie en geldende uitzonderingen blijven bepalend.

Het energielabel wordt steeds meer een nulmeting

De nieuwe Europese regelgeving stuurt nadrukkelijker op emissieloze gebouwen. Daarbij wordt niet alleen naar energiegebruik gekeken, maar ook naar CO₂, stikstof en fijnstof.

Voor een energieadviseur blijft de basis hetzelfde: het gebouw wordt opgenomen zoals het er op dat moment bij staat. Het energielabel is daarmee vooral een nulmeting. Het laat zien hoe het gebouw energetisch presteert en waar verbeteringen mogelijk zijn.

Dat betekent niet dat een adviseur ieder gebouw tijdens de opname direct emissieloos moet maken. Het label geeft inzicht. Vervolgens is het aan de eigenaar, eventueel samen met een verduurzamingsadviseur, om de juiste maatregelen en volgorde te bepalen.

Isoleren blijft de eerste logische stap

Wie het energielabel wil verbeteren, denkt misschien meteen aan een warmtepomp, zonnepanelen of batterijopslag. Toch begint een goede verduurzaming meestal nog steeds bij het beperken van de energievraag.

Dak-, gevel- en vloerisolatie en beter glas kunnen het energiegebruik verlagen en tegelijkertijd het comfort verbeteren. Daarbij is het belangrijk om realistisch te blijven. Alleen het vervangen van dubbel glas door HR++- of triple glas levert niet automatisch twee labelsprongen op.

Het effect hangt af van het hele gebouw: de isolatie, installaties, ventilatie, verwarming, koeling en eigen energieopwekking werken samen.

Een goed energielabel vraagt daarom om meer dan één losse maatregel. Het vraagt om een totaalbeeld en een plan dat past bij het gebouw en het gebruik ervan.

Zonnepanelen en batterijopslag worden belangrijker

Door de grotere aandacht voor hernieuwbare energie blijven zonnepanelen relevant. Ook batterijopslag krijgt een duidelijkere plek binnen het energielabel. Een batterij met voldoende opslagcapaciteit kan een positief effect hebben en wordt zichtbaar op het label.

Dat is een interessante ontwikkeling. Tot nu toe wordt een batterij vooral beoordeeld op het directe financiële voordeel voor de eigenaar. Wanneer opslag ook invloed heeft op de energieprestatie van het gebouw, kan de investering eveneens interessant worden voor de vastgoedwaarde.

Toch blijft het belangrijk om eerst naar het totale energiesysteem te kijken. Een batterij plaatsen zonder inzicht in verbruik, opwekking en piekbelasting is zelden de beste eerste stap.

De verantwoordelijkheid van de energieadviseur wordt groter

Een energieadviseur kan in de software voor bepaalde gebouwonderdelen een standaardwaarde of ‘onbekend’ invoeren. Dat betekent echter niet dat alles zonder verder onderzoek als onbekend mag worden aangemerkt.

Wanneer isolatie, beglazing of een installatie redelijkerwijs gecontroleerd kan worden, moet de adviseur dat ook doen. Soms betekent dit een vloerluik openen, in de spouw kijken of aanvullende documentatie opvragen.

Tegelijkertijd worden de eisen voor adviseurs strenger. De toegestane afwijkingen worden kleiner en bij kritieke fouten kunnen zogenoemde gele vlaggen worden geregistreerd. Bij herhaling kan dit zelfs gevolgen hebben voor de bevoegdheid van de adviseur.

Kwaliteit is belangrijk, maar de regels moeten wel uitvoerbaar blijven. Zeker in een markt waarin gekwalificeerde energieadviseurs hard nodig zijn.

Het label alleen vertelt niet het hele verhaal

Een energielabel wordt berekend op basis van een gestandaardiseerd gebruik. Het daadwerkelijke energieverbruik van de huidige bewoner of gebruiker wordt niet één op één meegenomen.

Dat is logisch. De ene bewoner verwarmt iedere ruimte, terwijl een ander een deel van het jaar in het buitenland verblijft. Het gebouw blijft hetzelfde, maar het energiegebruik verschilt enorm.

Wie wil weten welke verduurzamingsmaatregelen passen bij het werkelijke gebruik, heeft daarom meer nodig dan alleen een energielabel. Een maatwerkadvies kijkt ook naar het actuele verbruik, de wensen van de gebruiker en de haalbaarheid van maatregelen. In de toekomst krijgt ook het renovatiepaspoort hierin waarschijnlijk een grotere rol.

De grootste veranderingen moeten nog komen

De eerste wijzigingen vanuit de EPBD IV zijn relatief beperkt. Toch is dit pas het begin. De komende jaren volgen nieuwe stappen, waaronder minimumeisen voor utiliteitsgebouwen en de verdere ontwikkeling richting emissieloze nieuwbouw.

Ook de vertrouwde plusjes achter energielabel A gaan op termijn verdwijnen. Daarvoor komt een nieuwe indeling terug, waarbij A0 staat voor een emissieloos gebouw.

De richting is duidelijk. De manier waarop we er moeten komen, is dat nog niet op alle onderdelen.

Juist daarom is het belangrijk om nu al verder te kijken dan de letter op het energielabel. Wat zegt het label werkelijk over jouw gebouw? Welke maatregelen zijn technisch verstandig? En in welke volgorde kun je deze het beste uitvoeren?

Eerst inzicht, daarna gericht verduurzamen

Een energielabel is een goed vertrekpunt, maar geen compleet verduurzamingsplan. Wie alleen probeert een betere letter te behalen, kan investeren in maatregelen die op papier goed scoren, maar in de praktijk niet optimaal aansluiten op het gebouw.

Door het energielabel te combineren met kennis van bouwkundige onderdelen, installaties en werkelijk gebruik ontstaat een veel bruikbaarder plan.

In de podcast bespreek ik samen met Marinus de Vries hoe energielabels worden vastgesteld, welke gebouwen labelplichtig zijn en wat de nieuwe regelgeving betekent voor woningen, monumenten en bedrijfspanden.

Wil je weten wat jouw energielabel daadwerkelijk zegt en welke vervolgstappen verstandig zijn? Beluister of bekijk dan de volledige podcast. Heb je daarna vragen over het verduurzamen van jouw vastgoed? Neem gerust contact met mij op. Dan kijken we verder dan alleen de letter op het label.

Bekijk / luister de podcast:

YouTube of via Spotify

Vanaf 1 augustus 2026 verhuist Meijer Verduurzaamt naar de bedrijfsunit aan de Ezingerweg 70 in Meppel

Een nieuwe locatie, dezelfde aanpak

By Algemeen

Soms is een volgende stap precies wat past bij de ontwikkeling van je bedrijf.

Per 1 augustus ben ik verhuist met Meijer Verduurzaamt van Koekange naar Meppel. Vanaf dat moment ben ik gevestigd aan de Ezingerweg 70 en wordt dit ook mijn nieuwe postadres.

De afgelopen jaren heb ik met veel plezier gewerkt vanuit mijn kantoor aan huis in Koekange. Vanaf 1 augustus maak ik de stap naar een eigen bedrijfsunit in het bedrijfsverzamelgebouw aan de Ezingerweg 70 in Meppel.

Voor mijn opdrachtgevers verandert er eigenlijk weinig. Ik blijf bedrijven ondersteunen bij verduurzamingsvraagstukken, kennis delen via podcasts en trainingen en adviseren over onder andere warmtepompen, koeltechniek, BREEAM en netcongestie. Alleen mijn werkplek krijgt een nieuw adres.

Voor mij voelt deze stap als een mooie investering in de toekomst van Meijer Verduurzaamt. Een eigen plek waar ik mij volledig kan richten op advies, kennisoverdracht, podcastopnames en de verdere groei van mijn bedrijf.

Vanaf 1 augustus kun je mij vinden op:

📍 Ezingerweg 70-31, 7943 AZ Meppel

Ik kijk ernaar uit om vanuit deze nieuwe locatie verder te bouwen aan duurzame oplossingen en mooie samenwerkingen. Kom je een keer in de buurt? De koffie staat klaar!

Airconditioning is veel meer dan koelen. Ontdek hoe comfort, ventilatie, ontvochtiging, verwarmen en slimme klimaattechniek samen zorgen voor een gezond en duurzaam binnenklimaat.

2026 Podcast-6 – Airconditioning is veel meer dan alleen koelen

By Algemeen

Als mensen aan airconditioning denken, denken ze vaak aan één ding: een koele slaapkamer tijdens warme zomernachten.

Maar daarmee doe je moderne klimaattechniek eigenlijk tekort.

Een goed ontworpen airconditioningsysteem zorgt niet alleen voor verkoeling, maar draagt bij aan een gezond, comfortabel én energiezuinig binnenklimaat. Sterker nog: in veel gebouwen is koelen slechts een klein onderdeel van het totale verhaal.

Comfort is meer dan temperatuur

Wanneer iemand zegt: “Het is hier warm”, betekent dat niet automatisch dat de temperatuur te hoog is.

Ook luchtvochtigheid, luchtstromen, ventilatie en zelfs geluid bepalen hoe comfortabel een ruimte aanvoelt.

Een ruimte van 24 graden met een goede luchtvochtigheid kan prettiger aanvoelen dan een ruimte van 21 graden waar de lucht te droog is of waar voortdurend een koude luchtstroom langs je werkplek trekt.

Juist daarom begint een goed advies nooit bij de vraag:

“Welke airco wil je?”

Maar veel eerder bij:

“Hoe gebruik je deze ruimte eigenlijk?”

Elke ruimte vraagt om een andere oplossing

Een slaapkamer, kantoor, winkel, productieruimte of hotelkamer lijken misschien allemaal gekoeld te moeten worden, maar de eisen verschillen enorm.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Waar zitten mensen?
  • Hoeveel personen zijn aanwezig?
  • Is verwarmen ook gewenst?
  • Hoe wordt geventileerd?
  • Zijn er warmte producerende machines aanwezig?
  • Is geluid een belangrijk aandachtspunt?
  • Hoe ziet de bouwkundige situatie eruit?

Pas als al deze vragen zijn beantwoord, kun je bepalen welk systeem het beste past.

Niet elke airco is hetzelfde

Veel mensen kennen alleen de bekende wandunit. Die werkt prima voor veel woningen, maar is lang niet altijd de beste keuze.

Afhankelijk van de situatie kan gekozen worden voor:

  • Wandunits
  • Cassette-units
  • Kanaalunits boven een plafond
  • Multisplit-systemen
  • VRF-installaties voor grotere gebouwen
  • Integratie met ventilatie
  • Combinaties met warmtepompen of vloerverwarming

Het goedkoopste systeem blijkt achteraf lang niet altijd de voordeligste oplossing.

Een installatie met een hoger rendement gebruikt jarenlang minder energie, levert meer comfort op en vraagt vaak minder onderhoud.

Ventilatie verdient veel meer aandacht

Een comfortabel gebouw draait niet alleen om koelen of verwarmen.

Ventilatie speelt minstens zo’n belangrijke rol.

Verse buitenlucht moet immers altijd worden aangevoerd. Maar als die lucht ongecontroleerd een gebouw binnenkomt, kan dat zorgen voor tocht, temperatuurverschillen en klachten.

Door ventilatie slim te combineren met de klimaatinstallatie ontstaat een veel gelijkmatiger binnenklimaat.

Dat zie je misschien niet direct…

Maar je voelt het wel.

Voorkom tocht en droge ogen

Veel klachten over airconditioning ontstaan niet doordat een installatie slecht is.

Vaak is deze simpelweg niet goed ontworpen.

Een binnendeel dat recht op een bank, bureau of bed blaast, zorgt vrijwel gegarandeerd voor tochtklachten.

Ook een te lage luchtvochtigheid kan leiden tot droge ogen of irritatie, zeker bij mensen die contactlenzen dragen.

Daarom is de positie van een binnendeel minstens zo belangrijk als de keuze van het systeem zelf.

Onderhoud is geen overbodige luxe

Een airconditioningsysteem werkt het beste wanneer filters schoon blijven.

In woningen kun je veel onderhoud eenvoudig zelf uitvoeren door filters regelmatig schoon te maken.

In kantoren, winkels en grotere gebouwen ligt dat anders.

Daar draait een installatie vaak veel meer uren én voelt niemand zich echt verantwoordelijk voor het onderhoud.

Regelmatige inspecties zorgen niet alleen voor een lager energieverbruik, maar verlengen ook de levensduur van de installatie en voorkomen storingen.

Airconditioning wordt steeds vaker onderdeel van verduurzaming

Tien jaar geleden werd een airco vooral geplaatst om te koelen.

Vandaag zien we iets heel anders.

Steeds meer woningen gebruiken airconditioning juist om te verwarmen.

In combinatie met vloerverwarming of een warmtepomp kan dit een belangrijke stap zijn richting aardgasvrij wonen.

Daarmee verandert ook de manier waarop naar een gebouw wordt gekeken.

Niet alleen de koelvraag is belangrijk, maar het complete energiesysteem.

De toekomst vraagt om slimme keuzes

De techniek ontwikkelt zich razendsnel.

Nieuwe wetgeving rondom koudemiddelen, strengere duurzaamheidseisen, PFAS-regelgeving en netcongestie zorgen ervoor dat installateurs steeds vaker vooruit moeten denken.

Daarom wordt het steeds belangrijker om niet alleen naar de aanschafprijs te kijken, maar juist naar:

  • energieverbruik;
  • toekomstbestendigheid;
  • onderhoud;
  • comfort;
  • levensduur;
  • mogelijkheden voor uitbreiding.

Een goed klimaatsysteem koop je immers niet voor vandaag…

Maar voor de komende 15 tot 20 jaar.

Eerst goed nadenken, daarna pas installeren

Een airconditioningsysteem is veel meer dan een apparaat aan de muur.

Het is onderdeel van het complete binnenklimaat.

Wie eerst kijkt naar de wensen van de gebruiker, de eigenschappen van het gebouw én de toekomstige ontwikkelingen, komt uiteindelijk tot een oplossing die jarenlang comfort biedt én energie bespaart.

En precies daar begint verduurzamen.

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Gerwin Sloots op YouTube of Spotify.

Vanaf maandag 24 augustus werk ik vanuit mijn nieuwe kantoor in Meppel en ben ik weer bereikbaar voor nieuwe en lopende opdrachten.

De zomervakantie staat voor de deur

By Algemeen

Vanaf morgen gaat ook voor mij de laptop grotendeels dicht. Niet alleen om even op te laden, maar ook omdat er iets heel moois staat te gebeuren.

We ontvangen namelijk de sleutel van onze nieuwe woning. En dat betekent óók de sleutel van mijn nieuwe kantoor. Een plek waar ik de komende weken alles rustig ga inrichten, zodat ik na de vakantie weer met frisse energie aan de slag kan.

Vanaf maandag 24 augustus werk ik vanuit mijn nieuwe kantoor in Meppel en ben ik weer bereikbaar voor nieuwe en lopende opdrachten.

Voor nu kies ik eerst even voor tijd met mijn gezin, genieten van de vakantie en natuurlijk het uitpakken, inrichten en wennen aan onze nieuwe plek.

Ik wens iedereen een hele fijne zomervakantie. Of je nu zelf op vakantie gaat, gewoon doorwerkt of juist geniet van de rust omdat anderen weg zijn. Maak er een mooie zomer van en geniet als je eraan toe bent.

Tot na de vakantie!

Nieuwe wetgeving rondom koudemiddelen komt eraan. Lees wat F-gassen, PFAS en schaarste betekenen voor jouw installaties en hoe je nu slimme keuzes maakt.

2026 Podcast-5 – Koudemiddelen onder druk: van verplichting naar kans

By Algemeen

De wereld van koudemiddelen verandert sneller dan veel ondernemers denken

De koel- en klimaattechniek staat aan de vooravond van een enorme verandering. Misschien lijkt het nog een onderwerp voor specialisten, maar de keuzes die vandaag worden gemaakt hebben grote gevolgen voor de komende tien tot vijftien jaar.

In mijn nieuwste podcast ging ik hierover in gesprek met Edwin Ernste, voorzitter van de KNVvK en directeur bij Celsis. We spraken over wetgeving, koudemiddelen, duurzaamheid en de toekomst van onze branche. Eén conclusie stond al snel vast: afwachten is geen optie meer.

De uitfasering is al begonnen

Jarenlang maakten we gebruik van synthetische koudemiddelen. Technisch zijn veel van deze middelen uitstekend, maar ze hebben één groot nadeel: een hoge GWP-waarde. Dat betekent dat ze bij lekkage een flinke bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde.

Europa heeft daarom besloten deze koudemiddelen stap voor stap uit te faseren. Dat klinkt misschien nog ver weg, maar de gevolgen zijn nu al merkbaar. Vanaf 2027 wordt het beschikbare quotum opnieuw bijna gehalveerd en in 2030 volgt de volgende grote stap. Hierdoor ontstaat schaarste en zullen de prijzen van veel koudemiddelen verder oplopen.

De vraag wordt straks niet meer: “Wat kost dit koudemiddel?” De vraag wordt: “Is het überhaupt nog verkrijgbaar?”

Veel installaties lopen ongemerkt een risico

Wat mij tijdens mijn werkzaamheden steeds vaker opvalt, is dat er nog ontzettend veel installaties draaien op koudemiddelen die binnen enkele jaren problematisch kunnen worden. Vooral in de utiliteit, retail en kleinere commerciële installaties kom ik systemen tegen die volledig afhankelijk zijn van koudemiddelen met een hoge GWP.

Veel ondernemers zijn zich daar helemaal niet van bewust. Zij investeren vandaag in een installatie die technisch nog jarenlang mee kan, maar waarvan het onderhoud straks steeds duurder of zelfs lastig uitvoerbaar wordt doordat het juiste koudemiddel niet meer beschikbaar is.

Juist daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de aanschafprijs van een installatie.

Duurzaamheid is meer dan alleen een GWP-cijfer

Tijdens ons gesprek hadden we het ook over iets wat vaak vergeten wordt. In de praktijk wordt veel aandacht besteed aan de GWP-waarde van een koudemiddel, terwijl dat slechts één onderdeel van het totale verhaal is.

Ik kijk liever naar het complete plaatje. Hoeveel energie gebruikt een installatie? Wat is de levensduur? Hoe zit het met de onderhoudskosten? En wat betekent de installatie over tien of vijftien jaar voor de eigenaar?

Begrippen als Total Cost of Ownership (TCO) en TEWI spelen daarbij een steeds belangrijkere rol. Soms blijkt een installatie met een iets hogere investering uiteindelijk veel duurzamer én voordeliger te zijn dan een goedkopere oplossing die over enkele jaren alweer tegen nieuwe beperkingen aanloopt.

PFAS maakt de toekomst nog onzekerder

Alsof de F-gassenverordening nog niet genoeg uitdagingen met zich meebrengt, speelt er nog een ander belangrijk dossier. Veel moderne synthetische koudemiddelen bevatten PFAS. Europa onderzoekt op dit moment welke beperkingen daarvoor gaan gelden.

Dat betekent dat sommige koudemiddelen die nu als toekomstbestendig worden gepresenteerd, over een aantal jaren mogelijk opnieuw onder druk komen te staan. Ook dat is een reden om verder vooruit te kijken dan alleen de techniek van vandaag.

De grootste uitdaging zit misschien wel in de mensen

Wat mij misschien nog wel meer bezighoudt dan de techniek, is de kennis binnen onze branche. We hebben te maken met een groot tekort aan vakmensen, terwijl installaties steeds complexer worden en de regelgeving zich razendsnel ontwikkelt.

Steeds vaker worden complete plug-and-play systemen toegepast. Dat heeft voordelen, maar zorgt er ook voor dat specialistische kennis langzaam verdwijnt. Juist daarom geloof ik zo sterk in kennisdeling. Dat is ook de reden waarom ik deze podcastserie ben gestart. Hoe meer kennis we met elkaar delen, hoe beter de keuzes worden die we samen maken.

Samenwerken is de sleutel

Een mooie boodschap van Edwin bleef mij vooral bij: stop met elkaar de markt uit te concurreren. Er is simpelweg meer werk dan de branche aankan.

Juist nu ligt er een enorme kans om samen te werken. Installateurs, adviseurs, leveranciers en fabrikanten hebben elkaar harder nodig dan ooit. Door kennis te delen, klanten eerlijk te informeren en gezamenlijk plannen te maken, kunnen we de transitie naar duurzame installaties veel slimmer en efficiënter uitvoeren.

Mijn advies

Wacht niet totdat regelgeving je dwingt om in actie te komen. Kijk vandaag al kritisch naar de installaties die je beheert of gebruikt. Welke koudemiddelen zitten erin? Hoe toekomstbestendig zijn die nog? En wat gebeurt er als er over vijf of tien jaar onderhoud nodig is?

Door nu vooruit te denken, voorkom je dat je later voor onverwachte kosten of lastige keuzes komt te staan.

De toekomst van koudemiddelen begint niet morgen. Die is al begonnen.

Bekijk/beluister hier de podcast aflevering met Edwin Ernste op YouTube of Spotify.